dinsdag 23 februari 2010

Born-digital (2): is cultuur 'anders'?



Afgelopen december blogde ik uitvoerig over de SIMIN/OKBN studiedag over born-digital materiaal. Er kwam een aantal reacties op (altijd goed voor de discussie!), en met name die van Bernadine Ypma (van de Stichting Nederlands Archief Grafisch Ontwerpers, NAGO) bleef door mijn hoofd spoken, zeker toen ik ook nog eens door het Engelse Art Libraries Journal werd gevraagd om een artikel over born-digital cultureel erfgoed in Nederland te schrijven. In mijn presentatie van december had ik gezegd dat het aan de archieven is om de brug te slaan naar de producenten van digitaal materiaal om de noodzakelijke continuïteit in de technische zorg te verzekeren. Bernadine schreef daarop: 'Ik heb mijn twijfels over het samenbrengen van kunstenaars, architecten en ontwerpers en archiefinstellingen. Zo breng je het archief a priori al in de erfgoedsfeer en dat maakt selectie bijna onmogelijk. De maatschappelijke waarde van het archief kan ontstaan in de loop van tijd maar is er niet zonder meer. Het bewust maken van kunstenaars, architecten en ontwerpers (enz.) van een goede administratie en archief is belangrijk, maar dan alleen binnen hun eigen bedrijfsprocessen.'

Daar heeft Bernadine natuurlijk een punt, want waar je bij de overheid en in de wetenschap min of meer objectieve criteria kunt bedenken op basis waarvan geselecteerd wordt wat er bewaard moet worden, en je die selectie althans in theorie kunt vervroegen naar het moment van creatie, is dat bij (overige) culturele objecten niet te doen [zie reacties: ik doel hier op cultureel erfgoed dat niet uit overheden stamt]. Want 'cultuur' heeft tijd nodig om zich te bewijzen als 'erfgoed'. In duurzaamheidstermen zou je kunnen zeggen dat het object tegen die tijd misschien al onbruikbaar is geworden, maar dat is natuurlijk onzin, want iets dat onzichtbaar is geworden zal zich ook niet 'bewezen' hebben. Tenzij het om secundaire informatie gaat - documentatie over kunstenaars, zoals persoonlijke archieven, die bron van kunsthistorisch onderzoek kunnen zijn.

Al met al lijkt het erop dat in het culturele domein (a) selectie meer een kwestie van gevoel voor kunst zal zijn dan van objectieve criteria, (b) selectie vaak pas zal plaatsvinden nadat enige tijd is verstreken; (c) het feit dat de erfgoedinstellingen weinig invloed hebben op de productiefase ertoe zal leiden dat de nodige kunst verloren gaat (en dat we daar als erfgoedinstellingen niet al te spastisch mee om moeten gaan), en (d) dat de culturele sector veel zal moeten investeren in het ontwikkelen van expertise op het gebied van digitale archeologie, d.w.z., redden wat er te redden valt van wat er tevoorschijn komt uit ongeordend materiaal. Henk Vanstappen van het NAi liet daar tijdens de SIMIN-bijeenkomst de nodige voorbeelden van zien. Goed beschouwd zijn dit allemaal zaken die we kennen uit het analoge tijdperk - maar die nu een digitale variant moeten krijgen.

Voordeel is wel dat van digitale objecten meerdere exemplaren naast elkaar kunnen bestaan. Dat zal misschien leiden tot waardevermindering, maar is wel zo handig voor de duurzaamheid.

Wordt vervolgd, zou ik zeggen, want in maart mag ik aanschuiven bij een NAGO-bijeenkomst over dit onderwerp.

Foto: www.jackhaas.net/.

2 opmerkingen:

Gnaut zei

Misschien moeten we, om een beter beeld te krijgen van de overeenkomsten en verschillen tussen diverse "stromen" born-digital erfgoed - die in archiefinstellingen, die bij andere erfgoedinstellingen - nadenken over de dimensies waarop er onderscheidingen kunnen ontstaan. De noemer "born-digital" draagt het risico in zich van schijnbaar te praten over één iets , terwijl er feitelijk sprake is van verschillende klassen van objecten en gebeurtenissen.


Uit het onderzoek dat Maurits van der Graaf deed voor DEN (http://www.den.nl/nieuws/20100208093853) kwam naar voren dat bij de verwerking van bepaalde soorten born digital (erfgoed-!)materiaal door archieven - o.m. vanwege de eisen die de archiefwet stelt - er geen onoverkomelijke problemen lijken te zijn, terwijl anderzijds objecten die onder een vrij regiem ontstaan (denk aan het werk van kunstenaars) en/of die samengesteld zijn op een manier die in de fysieke wereld onmogelijk gerepresenteerd kan worden (denk aan objecten die afhankelijk van interactie verschillende gedaanten kunnen aannemen, interactieve websites, games...) bijzonder problematisch kunnen zijn.


Welke dimensies zouden dan nuttig kunnen zijn om het begrip "born digital" te geleden? Misschien kunnen we denken aan zaken als:


- De mate waarin data en data-verwerkende programmatuur onafhankelijk zijn (digitale kunst voldoet niet altijd aan het model: tekstverwerker-tekst).

- De mate waarin er bij de representatie van het object externe afhankelijkheden bestaan (denk aan embedded objects).

- De mate waarin de bestaande objectinformatie per se volledig bewaard dient te worden (bij digital born visuele kunst zal de conservator niet zomaar een onomkeerbare compressie toepassen - bij een scan van een parlementaire nota kan dat toch weer anders liggen).


Dimensies als de bovenstaande kunnen heel bepalend zijn voor de haalbaarheid van verwerking van born digital erfgoedmateriaal, of het nu gaat om de stadia vóór overdracht, de archivering, of de latere beschikbaarstelling. En ook: of het nu gaat om materiaal in archiefinstellingen of andere erfgoedinstellingen.


Selectie is problematisch. Maar het aanreiken van instrumenten om duurzame digitale toegankelijkheid mogelijk te maken aan kunstenaars die daar belangstelling voor hebben biedt de mogelijkheid dat althans voor de “vrije cultuursector” schifting vooraf ontstaat. In een architectuurbureau als het OMA*AMO (http://www.oma.eu/) is men vast niet van plan om alle ontwerpschetsen voor de toekomst te behouden.


Een gevaar is misschien wel dat juist de mindere kunstenaars met groot enthousiasme hun digitale dingen gaan veilig stellen. Ik moet bij dit soort overwegingen altijd weer denken aan Paul Cézanne, die volgens de overlevering door hemzelf afgekeurde schilderijen achteloos tussen de struiken op de hellingen van de St. Victoire achterliet, waarop een wakkere kunsthandelaar (!), die gehoord had van deze gewoonte, de streek gingen bezoeken in de hoop nog authentieke Cézannes te kunnen scoren.

Inge Angevaare zei

@ Gnaut
Om het een beetje overzichtelijk te houden, onderscheiden we binnen de NCDD de stromen 'overheid en archieven' van '(overig) cultureel erfgoed' - die ieder toch wel een heel eigen dynamiek hebben (zoals je terecht aangeeft). In mijn blog heb ik het dan ook alleen over de laatste categorie. Ik vrees dat we ervan uit moeten gaan dat het (overig) cultureel erfgoed zich zal blijven kenmerken door weinig of geen standaardisatie, en dat zal consequenties hebben voor duurzame toegankelijkheid. Ook een zekere mate van willekeur in het selectiebeleid zal - net als in het analoge tijdperk! - blijven bestaan.