Posts tonen met het label Gemeentearchief Rotterdam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Gemeentearchief Rotterdam. Alle posts tonen

dinsdag 1 december 2009

Born-digital: 'complex gedoe' voor de erfgoedsector?



Op 30 november organiseerde de sectie SIMIN van de Museumvereniging samen met het Overleg Kunsthistorische Bibliotheken Nederland een themadag over "Born-digital: (hoe) bewaar je dat?" Zo'n negentig deelnemers, voornamelijk vertegenwoordigers van musea, kwamen voor de themadag naar het prachtige nieuwe pand van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) in Amersfoort - en dat is een teken aan de wand dat het onderwerp 'digitaal' nu echt op de agenda staat bij de cultureel erfgoedsector. De powerpoints zijn gepubliceerd en de organisatoren zullen later een uitgebreider verslag publiceren (link volgt), maar hier alvast wat impressies.

Web 2.0 ontmoet traditie in de erfgoedsector
Wat me het meest opviel aan de bijeenkomst, was dat er sprake was van een spannende ontmoeting tussen tradities in de erfgoedsector enerzijds en alles wat ik voor het gemak maar even web 2.0 noem. Gevestigde instellingen versus spontane initiatieven op internet; door experts opgestelde lijsten van trefwoorden versus tags door jan-en-alleman; top-down versus bottom-up. Ik wil de tegenstellingen niet uitvergroten, maar dat er spanning is, een beetje zoals die ook zichtbaar is in het RCE-gebouw zelf (foto links), is duidelijk. Ook viel me op dat vertegenwoordigers van de grote koepelinstellingen in het cultureel erfgoed, RCE zelf, maar ook het Instituut Collectie Nederland (ICN), tussen neus en lippen aangaven nog weinig verstand te hebben van 'digitaal'.

Eisen voor duurzaam digitaal beheer
Aan ondergetekende de eer om in de keynote het algemene plaatje te tekenen: wat maakt digitaal anders dan analoog en wat heeft dat voor gevolgen?. De NCDD heeft uit die opsomming inmiddels een aantal conclusies getrokken: voor duurzame toegankelijkheid heb je schaalgrootte nodig en heel veel samenwerking tussen kleine organisaties die die schaalgrootte missen.
Dat heeft geleid tot een plan om per sector een voortrekkerorganisatie te benoemen die in samenspraak met organisaties uit de sector een infrastructuur voor duurzame toegankelijkheid gaat ontwikkelen. Over die plannen is de NCDD momenteel in gesprek met het Ministerie van OCW. Maar vooralsnog heeft de NCDD tenminste één flink probleem: er ontbreekt een vanzelfsprekende voortrekker in het domein van het cultureel erfgoed. Ook daarover wordt momenteel overlegd, onderling en met het Ministerie van OCW. Wordt dus vervolgd.





De praktijk van webarchivering
Het werd tijd om over de praktijk te gaan praten. De Koninklijke Bibliotheek is in 2006 gestart met het harvesten van 2.500 websites rond het thema 'Nederlandse taal, cultuur en samenleving'. René Voorburg van de KB gaf daarover een gedegen inleiding waarbij hij de hele workflow beschreef: selectie; het verkrijgen van toestemming; het harvesten m.b.v. een 'web curator tool' en Heritrix; de kwaliteitscontrole (erg lastig, vooral als het om interactieve sites gaat), de duurzame opslag in (W)ARC formaat; en dan - hopelijk begin 2010 - de online beschikbaarstelling (dia's op slideshare).

Na deze gedegen inleiding was het Peter van Wijngaarden van het Gemeentearchief Rotterdam die de lachers op zijn hand kreeg door zijn presentatie als volgt te beginnen: 'Ik ga u deelgenoot maken van de ellende waar je in terechtkomt als je websites wil gaan archiveren. Na afloop zal ik uw medeleven graag in ontvangst nemen.' Het verhaal dat volgde laat zich raden en de kwalificatie 'complex gedoe' uit de titel mag aan Peter worden toegeschreven. Daarmee was Peters conclusie al bijna gegeven: het Gemeentearchief Rotterdam is het nog net gelukt om jaarlijks 268 websites te harvesten, maar kleinere organisaties moeten er maar niet aan beginnen.
Maar wat betekent dat? Tijdens de discussie zei een deelnemer daarover: Betekent dit dat De Toekomst alleen De Rotterdammer zal leren kennen en daarop zijn beeld over de Nederlander anno 2009 zal moeten baseren? Deze vraag bevatte een serieuze ondertoon: juist op internet verdwijnt informatie waar je bij staat, en er wordt nog maar zo ontzettend weinig van gearchiveerd. Moeten we daar niet eens snel actie op ondernemen? Een mooie taak voor de NCDD, zei iemand. Vraag en aanbod koppelen, lijntjes leggen en collectieafspraken maken. Nu loop ik al langer met het plan rond om een NCDD-conferentie te organiseren rond webarchivering in Nederland, dus dat komt goed uit. Maar ook ik moet even afwachten wat alle discussies rond de landelijke infrastructuur en de NCDD de komende maanden gaan opleveren voordat ik daar plannen over kan gaan uitwerken.

Annet DekkerDigitale collecties
In het middagprogramma was er meer aandacht voor digitale collecties zelf. Annet Dekker van het Virtueel Platform e-Cultuur gaf een breed overzicht van de 'Conservering van Netkunst', met o.a. de conclusies van de Expert Meeting Archive 2020 die Virtueel Platform dit voorjaar organiseerde. Internetkunst en Netkunst zijn niet gemakkelijk duurzaam te bewaren, zo werd duidelijk, want vaak gaat het om performances, om installaties, om interactie. Juist dat proces maakt de kunstuiting interessant, en juist dat proces kun je maar lastig archiveren. Annet gaf aan dat het ondoenlijk is om alles te conserveren, maar suggereerde om inspiratie te putten uit de archeologie, waar men aan de hand van gevonden fragmenten een virtueel geheel bouwt.
Karen te Brake van ICN gaf aan dat duurzame toegankelijkheid van digitaal materiaal voor het kennisinstituut dat ICN is 'behoorlijk nieuw' is, maar, benadrukte ze, ICN wil er wel bij betrokken raken. Vervolgens introduceerde zij het INCCA netwerk van professionals voor het beheer en behoud van hedendaagse kunst. Fabienne van Beek presenteerde het Dutch Design Museum in Breda.

Digitale 'archeologie' bij het NAi
Het slotakkoord werd verzorgd door Henk Vanstappen van het Nederlands Architectuur Instituut in Rotterdam (NAi), die geflankeerd door een oerhollandse Kinderdijkmolen liet zien wat er allemaal bij komt kijken als je als erfgoedinstelling een doos floppies/dvd's bezorgd krijgt die het archief van een bekend architect bevatten. Zonder metadata, zonder toelichting, zonder hard- of software.
Hij liet e.e.a. zien aan de hand van een praktijkvoorbeeld: een 3D-model van een niet uitgevoerd ontwerp van Cahen voor het Van Abbemuseum. Ook bij de borrel liet Henk doorschemeren dat hij dit soort puzzels wel leuk vindt. Gewoon ergens beginnen en kijken waar je uitkomt. Maar voor het NAi is het een arbeidsintensief en dus kostbaar proces. Konden we die architecten en kunstenaars van te voren maar leren hoe ze met hun data om moeten gaan!




Medewerking van de kunstenaars?
De meningen verschilden over de mate waarin je kunstenaars kunt dwingen c.q. verleiden om hun digitale bestanden zo in te richten dat ze later gemakkelijk te archiveren zijn. Ikzelf ben daar nogal pessimistisch over, zeker wat betreft internetkunst. Dat is toch juist een kwestie van de grenzen opzoeken van wat mogelijk is, met lak aan alle standaarden? Maar ik had een leuke ontmoeting tijdens de bijeenkomst met Karin van der Heiden die zich onder de naam PARKC als zelfstandig adviseur heeft gevestigd op het gebied van datamanagement voor kunstenaars, architecten, etc. We waren het er snel over eens dat het weliswaar kan werken, maar dan moeten de producenten er een direct belang bij hebben dat hun data goed geordend wordt. In de wetenschap zie je dezelfde patronen: wetenschappers willen wel meewerken als ze er zelf ook iets aan hebben. Hier ligt een duidelijke opdracht voor de archiverende instellingen en het levert ook weer inspiratie voor een nieuw en nuttig zelfstandig beroep.

De handen uit de mouwen
Ik kan het niet laten om aan het eind van deze blog een stokpaardje te berijden dat ik ook in mijn keynote liet zien. Ja, het is allemaal ingewikkeld en ja, het is allemaal veel, maar laten we in hemelsnaam gewoon beginnen bij wat we nu al zelf kunnen doen en dus de handen uit de mouwen steken. Keuzes maken op basis van je missie en je eigen collectieprofiel, al die content van dvd's en floppies halen en op een stevige computer zetten. Daar een back-up van maken en die bij een collega onderbrengen. Karin van der Heiden had ook een mooie: gebruik geen punten of spaties in je bestandsnamen. Zo elementair, maar ook zo belangrijk als je de risico's wilt indammen. Het zijn allemaal geen maatregelen die onze collecties tot sintjuttemis toegankelijk zullen houden, maar hopelijk wel de komende vijf jaar. En die geven ons de tijd om met alle partijen om de tafel te gaan zitten en een slimme taakverdeling te maken. Of er gewoon voor te gaan, zoals Linda Tadic van het Audiovisual Archive Network (zie blog 27 november).

woensdag 22 april 2009

De bits en de bytes van het archief: zelf opslaan of uitbesteden?

DSC_0134 Het opzetten van een 'rekencentrum' voor de opslag van digitale bits en bytes kost tussen de 1,2 en 1,6 miljoen euri - en dan heb je alleen nog de basisfaciliteiten: een ruimte, airco, servers, racks, lijnen naar buiten en personeel om dat in de lucht te houden. Ingest, normalisatie, ontsluiting, migratie/emulatie enz enz komt daar allemaal nog bij.

Hoewel het zeker niet uitgesloten is dat dit allemaal goedkoper zal worden in de toekomst, betekenen deze bedragen op dit moment dat voor veel kleine archieven het opzetten van een eigen digitaal depot niet is weggelegd. Wat moet je dan? Niets doen, afwachten? Of denken aan uitbesteden?

Rond deze thematiek organiseerde het Gemeentearchief Rotterdam gisteren een expert meeting. Aan tafel zat een stevige vertegenwoordiging uit het veld: de grote stadsarchieven, inspecties, LOPAI, het NA, DEN, enkele leveranciers, en deskundigen van de UvA en HvA. Voor mij uiteraard een prachtige gelegenheid om nog meer informatie te verzamelen voor de Nationale Verkenning Digitale Duurzaamheid.

In een drietal subgroepen werden de juridische, organisatorische en technische aspecten van uitbesteden onder de loep genomen.

DSC_0120 De wet heeft geen enkel bezwaar tegen uitbesteden, zo concludeerden de juridische experts, zolang het bij technisch beheer blijft. Binnen- of buitenland maakt ook niets uit. Zolang de archivaris maar het intellectueel beheer kan uitoefenen.

En daar komt nogal wat bij kijken. Welke service providers kun je vertrouwen? In hoeverre kun je kwaliteit afdwingen door middel van doortimmerde contracten en in hoeverre is het toch ook een kwestie van vertrouwen hebben in een partner? Iedereen was ervan overtuigd dat het uitbestedende archief in elk geval flink wat kennis in huis moet hebben om de dienstverlener aan te sturen, niet alleen om de contracten af te sluiten maar ook vooral om 'erboven te kunnen hangen', te kunnen controleren of de afspraken ook nagekomen worden. Peter Horsman (voormalige Archiefschool) suggereerde om dergelijke expertise onder te brengen in een landelijk servicecentrum waar alle archieven een beroep op kunnen doen, maar die suggestie overtuigde de deelnemers niet meteen. Je moet toch ook zelf kunnen controleren of het goed gaat, vanuit je verantwoordelijkheid als archivaris, was de redenering. Authenticiteit, veiligheid, dat zijn allemaal kerntaken van de archivaris.

Marco de Niet van DEN suggereerde dat organisaties nog te weinig gebrDSC_0125uik maken van elkaars kennis en ervaring, nog veel te vaak zelf het wiel proberen uit te vinden. Hij verwees daarbij naar de KB die inmiddels 10 jaar ervaring heeft. Gebruik die ervaring, was zijn advies.

Maar dan komen ook weer al die minder 'harde' factoren bovendrijven die samenwerking soms in de weg staan, zeg maar de eeuwige rivaliteit Ajax-Feyenoord in al zijn vormen. Zou een Rotterdams Gemeentebestuur accepteren dat de gegevens in Amsterdam staan? Eric Ketelaar suggereerde dat te veel uitbesteden misschien ten koste kan gaan van de positionering van het archief. Maar uitbesteden hoeft natuurlijk aan de voorkant helemaal niet zichtbaar te zijn: het interesseert de eindgebruiker niet waar de data vandaan komen die hij op de website van het Rotterdamse Gemeentearchief vindt. Het GAR is en blijft voor hem de ingang en de leverancier.

Ik zag in de bijeenkomst een duidelijk stukje ontwikkeling: waar een poosje geleden nog nadrukkelijk werd gesproken over de noodzaak om je materiaal in eigen huis op te slaan, werd uitbesteden nu als een zeer acceptabele oplossing gezien. Ook organisaties als de Koninklijke Bibliotheek en het Nationaal Archief voorzien dat ze op termijn hun bits en bytes elders gaan onderbrengen. Maar gedegen kennis in de eigen organisatie blijft een vitale voorwaarde om dit soort processen in goede banen te kunnen leiden, daarvan is iedereen overtuigd.

DSC_0142

Ten slotte nog een compliment aan het GAR, dat van meet af aan veel energie heeft gestoken in het delen van zijn kennis en ervaringen met andere archieven. Ook deze bijeenkomst was daar weer een prima voorbeeld van. Jantje Steenhuis (links) en Josje Everse blijven artikel 9 van de beroepscode van archivarissen (kennisdeling) hooghouden, en ook de altijd zo leerzame nazit is bij hen in goede handen, zoals de foto links duidelijk laat zien.

Zie ook het verslag van Ingmar Koch op de blog van ED3, http://eisenduurzaamdigitaaldepot.blogspot.com/2009/04/kun-je-je-digitaal-archief-uitbesteden.html

vrijdag 17 oktober 2008

Digitale archieven worden flexibel en onderdeel primair proces



Afgelopen woensdag organiseerden de gemeente/stadsarchieven van Rotterdam en Antwerpen een gezamenlijke studiedag in het sfeervolle Felixarchief in Antwerpen. Voor een bomvolle zaal van collega's (de helft uit Nederland en de helft uit Vlaanderen) lieten het Nationaal Archief, het GAR Rotterdam en het Felixarchief zien hoe ver ze zijn met de ontwikkeling van hun digitale depots en welke visies ten grondslag liggen aan hun initiatieven. (De presentaties staan op de studiedagwebsite van het GAR; fotobijschriften onderaan de blog.)


Wat het eerste betreft: Het Nationaal Archief en het GAR hopen begin volgend jaar de testfase in te gaan met hun digitale depots, die met dezelfde Tessella software worden ingericht. 2009 wordt het jaar van vele testen en pilotprojecten, waarna de systemen in 2010/2011 volledig operationeel moeten zijn. Het Felixarchief is al experimenteel in bedrijf. Men kiest er in Antwerpen voor om onderdeel voor onderdeel geleidelijk over de volle breedte uit te rollen.

Wat de visies betreft, wil ik er een aantal aspecten uitlichten:

Felixarchief: integreren in de workflow van de ambtenaar
Het Antwerpse archief heeft het geluk gehad dat het kon meeliften op een grote reorganisatie binnen de stedelijke diensten: het project 'denBell', waarbij ambtenaren digitaal gingen werken vanuit wat wij in Nederland flexplekken noemen. Integratie in het primaire proces is hier het motto, integraal 'records management' waar digitale duurzaamheid, pardon! duurzame toegankelijkheid is ingebouwd. Natuurlijk krijgen niet alle gemeentelijke archieven een buitenkans als Antwerpen, maar velen zijn het er inmiddels over eens dat die integratie eigenlijk de enige manier is om duurzame toegang te realiseren bij de administraties.


GAR: "een hele lange workshop"
Jantje Steenbuis en Josje Everse van het GAR legden vooral de nadruk op de betrokkenheid van de gehele organisatie bij de ontwikkeling van het e-depot en "kennis verwerven in de praktijk". Het depot is ontwikkeld in nauwe samenwerking met de Archiefschool en vanaf 2007 met het Nationaal Archief. Steenhuis heeft een e-depot altijd gezien als een kerntaak van een archivaris die je niet mag uitbesteden, maar zij gaf nu aan dat ze ook wel beseft dat niet alle archieven de middelen van een grote stad als Rotterdam hebben, en dat met name kleinere organisaties wellicht pragmatische keuzes moeten maken.

Nationaal Archief: ontwikkelen van diverse scenario's voor diensten aan derden
Het Nationaal Archief speelt in op de behoeften van kleinere organisaties, zo blijkt uit het visiedocument dat het NA twee weken geleden publiceerde (zie ook NCDD nieuwsbericht). In de presentatie van Jacqueline Slats kwamen niet alleen de technische kanten van het Digitaal Depot aan bod, maar ook de business cases waarmee het Nationaal Archief volgend jaar gaat experimenteren. In deze pilots worden (digitale) alternatieven uitgeprobeerd voor het traditionele overbrengen van papieren archieven na een periode van (idealiter) 20 jaar.
Met het Ministerie van Binnenlandse Zaken wordt geëxperimenteerd met vervroegde overbrenging van digitale archieven, ook van archieven die na verloop van tijd vernietigd moeten worden. Met diverse RHC's en andere archieven (Utrecht, Noord-Holland, Zeeland) worden modellen uitgewerkt waarbij het Nationaal Archief fungeert als een trusted digital repository (TDR). Met het Kadaster wordt een experiment gestart waarbij de digitale archieven bij het Kadaster blijven, maar het Nationaal Archief op afstand het technische beheer verzorgt.
Dit zijn stuk voor stuk interessante modellen die een rol kunnen gaan spelen in het ontwikkelen van de nationale infrastructuur voor duurzame toegankelijkheid die op de agenda van de NCDD staat.
Je ziet ook dat digitale depots een sterke ontwikkeling doormaken: waar het in 2003 in gebruik genomen e-Depot van de Koninklijke Bibliotheek nog één geheel was op één plek, wordt nu veel meer gedacht in termen van netwerken. (Om misverstnanden te voorkomen: het KB e-Depot is ook niet stil blijven staan: momenteel loopt een groot vernieuwingsproject om het e-Depot aan te passen aan complexere objecten en de verwerkingscapaciteit te vergroten.)


Overigens waren Inge Schoups en Filip Boudrez het niet echt eens met de stelling dat een digitaal depot niet haalbaar zou zijn voor kleine instellingen. "Gewoon een kwestie van doen", vond Filip Boudrez, en als je eenmaal bezig bent, is het best leuk.

Technology watch uitdaging voor de NCDD
In zijn samenvatting aan het eind van de dag gaf Peter Horsman van de Archiefschool aan dat het digitale tijdperk allerlei kansen biedt om middelen en 'resources' te delen, hoewel we daar traditioneel niet zo goed in zijn. Juist nu hoeven faciliteiten zich niet meer op één plaats te bevinden om gedeeld te kunnen worden. En op het gebied van kennis en expertise valt er heel wat te winnen door samenwerking. Zo hebben noch het Nationaal Archief, noch het Felixarchief, noch het GAR Rotterdam al een stevig fundament gelegd voor de 'technology watch' die hun digitale depots technisch up-to-date moeten houden. In de wandelgangen bleek dat de vraag eerst beantwoord moet worden wat zo'n technology watch nu eigenlijk inhoudt. Hierover later ongetwijfeld meer.

Zie ook: de blog van LOPAI met een verslag van Ingmar Koch.


Foto's IA: rechtsboven, vlnr Jacqueline Slats van het Nationaal Archief, Jantje Steenhuis van het Gemeentearchief Rotterdam, en Inge Sloups van het Felixarchief Antwerpen.
Midden: vlnr Filip Boudrez van het Felixarchief (en van expertisecentrum eDavid) en Josje Everse van het Gemeentearchief Rotterdam).
Onder: De binnenplaats van het Felixarchief.

dinsdag 24 juni 2008

Gemeentarchief Rotterdam klaar
voor digitaal depot


Eind dit jaar moet het eindelijk zo ver zijn: na vier jaar van voorbereiding hoopt het Gemeentearchief Rotterdam (GAR) een werkend en gevuld E-depot te hebben. Nog zonder digitale balie, maar wel met een organisatie die is aangepast aan het verwerken van digitale informatie en met een metadatamodel dat alle verschillende collecties van het GAR aan elkaar weet te verbinden. Het E-depot wordt ontwikkeld in nauwe samenwerking met het Nationaal Archief.

Hoe hard er in Rotterdam gewerkt is om het E-depot te realiseren, bleek wel uit de Informatiedag die het GAR op donderdag 19 juni had georganiseerd om zijn kennis te delen met collega-archieven en andere instellingen betrokken bij duurzame digitale opslag. GAR-directeur Jantje Steenhuis (foto rechtsboven) zette direct de toon voor de dag door te benadrukken hoe belangrijk samenwerken is. Digitale duurzaamheid is complexe materie. Een Gemeente als Rotterdam kan dat misschien nog zelf financieren, maar voor kleinere archieven is duurzame digitale opslag alleen in samenwerking te realiseren.

Vervolgens liet een aantal GAR-medewerkers zien hoe zij ieder vanuit een eigen invalshoek bijdragen aan het E-depot. Martin de Bruijn presenteerde de digitale balie zoals Rotterdam die straks moet hebben: met integrale toegang tot alle digitale én analoge collecties, 100% vindbaarheid en faciliteiten om zoekresultaten te clusteren. Ronald Grootveld belichtte een stuk van de achterkant die daarvoor nodig is: de metadatabase die export uit vier heel verschillende collecties moet kunnen verwerken (Atlantis Atlas, Atlantis Bibliotheek, Mais Flexis en ABS-Archeion), en die naast actoren en objecten ook ruimte biedt aan 'authority files' van trefwoorden.

Het preserveringsteam van het GAR trad voltallig aan: v.l.n.r. Jacqueline Schuurman Hess (deelprojectleider), Jacob Takema (e-conservator) en Mette van Essen. Het team presenteerde het beleid dat erop is gericht om een hoogwaardig product te leveren: digitale bronnen moeten even betrouwbaar zijn als analoge bronnen, het onderhoud moet wel in verhouding blijven staan tot de gemaakte kosten, en de toegankelijkheid moet begrijpelijk zijn. Daarbij wordt ook nadrukkelijk gekeken naar in het buitenland ontwikkelde kennis, zoals het OAIS model en het Planets project. Speciale aandacht was er voor de technology watch. Het GAR suggereerde dat die misschien het beste in samenwerking gerealiseerd kon worden, en die uitnodiging werd opgepakt door Henk Koning van DANS en Inge Angevaare van de Nationale Coalitie Digitale Duurzaamheid. Direct werden plannen gesmeed om in september een nationale workshop technology watch te organiseren (nadere informatie via de NCDD-website).

Mette van Essen liet daarna een fraai staaltje digitale archeologie zien: een aantal videobanden uit 1998 met een 3D-weergave van het beeld van Erasmus leken op het eerste gezicht onleesbaar geworden, maar met het nodige kunst- en vliegwerk wist het team van het GAR de beelden weer tevoorschijn te toveren - hoewel de bronzen jas van Erasmus voorlopig nog een aantal flinke motten-gaten blijft vertonen. Dit ontlokte aan Jacqueline Schuurman Hess de opmerking dat preventie toch altijd de beste weg is.

Josje Everse, tenslotte (foto rechts), die de overall leiding heeft over het project E-depot, gaf een indruk van de consequenties die het invoeren van digitale archivering heeft voor de organisatie. Een E-depot is niet zomaar een zwarte kast die ergens in een computerkamer wordt gezet, en ook mag het volgens Josje geen aparte afdeling worden. Digitale archivering moet een werkproces worden dat net zo is ingeburgerd bij alle afdelingen als het analoge werkproces. Josje legt daarbij de nadruk op kennis verwerven in de praktijk en problemen oplossen met consensus. Want veranderen doe je volgens haar het beste in het reguliere werk.


De dag werd besloten met een zeer geanimeerde discussie over het onderwerp: zelf doen of uitbesteden? Jantje Steenhuis' mening was duidelijk: het bewaren van digitale documenten is een kerntaak van het archief en kerntaken besteed je niet uit. Een flink aantal aanwezige archivarissen was het met haar eens dat de wettelijke verantwoordelijkheid voor de authenticiteit van documenten alleen door een archivaris zelf kan worden gewaarborgd. Maar Filip Boudrez van het Antwerpse archief suggereerde dat het opslaan van de bits en de bytes misschien beter door data-experts gedaan zou kunnen worden. Ook lagere kosten en gedeelde expertise werden genoemd als voordelen van uitbesteden. Maar misschien zijn die voordelen ook te bereiken door intensieve samenwerking tussen diverse archieven. Om die te realiseren moet nog het nodige werk verzet worden, want momenteel hanteren diverse provinciale archiefinspecties nog niet eens dezelfde regels [zie nuancering van Ingmar Koch in reactie op deze laatste wat boude uitspraak].

SIPS, ADA's en andere Afko's
In de marge van de GAR-bijeenkomst bleek dat er onder archivarissen weinig animo bestaat om de door het LOPAI in ED3 voorgestelde Nederlandse vertalingen van de termen uit het OAIS-model te gaan hanteren. Jacqueline Schuurman Hess: 'De Engelse termen zijn zo ingeburgerd, die laten we zo.' Daarmee is ook het bezwaar ondervangen dat de term 'aangeboden digitaal archiefstuk (ADA)' wel heel specifiek is voor één sector en daarom de communicatie met andere instellingen zoals bibliotheken en de wetenschap kan bemoeilijken. Bovendien bevat een 'information package' meer dan alleen het object, namelijk ook de metadata. Voorlopig houden we het onder vakgenoten dus op de OAIS 'information packages'. (Zie voor reactie vanuit LOPAI, http://eisenduurzaamdigitaaldepot.blogspot.com/2008/06/terminologie-ed3.html en voor commentaar door Peter Horsman en Hans Waalwijk de Informatieprofessional van september 08).