woensdag 9 juni 2010

T-day! Toekomst voor ons digitaal geheugen (2)


Al met al hebben we er twee jaar aan gewerkt, dus 9-6-2010 zal bij mij minder de boeken in gaan als de dag van de (zoveelste) verkiezingen, maar meer als de dag waarop we het boekje
Toekomst voor ons digitaal geheugen (2): strategische agenda voor duurzame toegankelijkheid mochten aanbieden aan OCW. En aan velen onder jullie, uiteraard, maar dat gaat veelal per post of in persoon tijdens een van de evenementen de komende tijd. Wie de gedrukte versie misloopt de komende tijd, netwerkt niet genoeg ;-), maar mag mij altijd nog een mailtje sturen. Of het met de digitale versie doen, natuurlijk.

Is het een mooi boekje geworden, qua tekst en qua beeld? Ik heb er met veel plezier aan gewerkt, dus ik hoop van wel, maar ik laat het definitieve oordeel graag aan jullie.

Geeft het boekje antwoord op alle vragen? Dat nu weer niet. Er zit geen kant-en-klare infrastructuur in voor duurzame toegankelijkheid. Maar er zitten wel veel aanzetten in en in elk geval een proces waarbij niemand meer in z'n eentje van alles gaat proberen te realiseren, maar de gezamenlijkheid als norm wordt neergezet.

Waarom het Toekomst (2) heet? Omdat het onderliggende rapport, de analyse, die alleen online is gepubliceerd, eigenlijk het eerste deel was van een tweeluik en daarom nu is herdoopt in Toekomst (1). Deel 2 bevat de strategische vertaling en maakt het geheel af.

Lezen, zou ik zeggen. En om antwoord te geven op een vraag die Hans Jansen (KB) stelt op blz. 35: ja, ik denk dat de termijn van vijf jaar waarover de NCDD het steeds heeft, vandaag is ingegaan. Werk aan de winkel.


Foto: Aanbieden bij OCW, vlnr Bas Savenije, Hans Jansen (KB), Jacqueline Slats (Nationaal Archief), Louise Perbal en Babs van den Bergh (OCW-OWB). Ondergetekende zoals gebruikelijk achter de camera.

vrijdag 4 juni 2010

Archiving 2010: the good, the best ... and what we can handle

DSC_0017 De IS&T Archiving conferentie gaat vooral over ‘image capture’ – camera’s, kwaliteitsstandaarden, enzomeer, maar dit jaar zat er een behoorlijke duuurzaamheidscomponent in. Bovendien werd de conferentie mede-georganiseerd door de KB (Astrid Verheusen) en gehouden in het KB-complex, dus besloot ik erheen te gaan (1-4 juni). Voor de gelegenheid heb ik ook het tweeten weer opgepakt (#arch2010, zie linkerkolom). Ik blijf die 140 tekens een handicap vinden, maar het bleek wel een snelle manier om mensen te leren kennen en ook om nieuws snel in het NL twitterdomein te verspreiden. Zo werd mijn aankondiging van een NCDD-DEN ‘survival’ workshop voor digitale bestanden in een kwartier her en der opgepakt en verder getwitterd. (Ik denk dat het oktober wordt, nader nieuws volgt.)

DSC_0034

De opening op dag 1 was aan Bas Savenije van de KB die aangaf dat in het digitale tijdperk grenzen vervagen en de noodzaak benadrukte om samen te werken. Daarbij was er ruim aandacht voor de NCDD. Tijdens de discussie bleek dat de de structurele aanpak van de NCDD internationaal toch wel opvalt. Wij willen verder gaan dan losse projecten (NDIIPP, USA) of kennisuitwisseling (nestor, Duitsland) of bewustzijn, kennis en lobby (DPC, UK). Wij willen de zaak regelen, en binnen vijf jaar nog wel. (Wie trouwens wil weten hoe we daar in de praktijk tegenaan kijken, moet vooral Toekomst voor ons digitaal geheugen (2) lezen, de strategische agenda van de NCDD, die volgende week verschijnt.)

´OAIS was developed for NASA – no wonder it does not work for small institutions. It wasn’t designed for a museum with 10 staff and 20 volunteers.’ (William Kilbride, DPC)

WK1 De mooiste bijdrage van het congres (en velen waren dat met me eens) kwam van mijn Engelse (eigenlijk Schotse) tegenhanger, William Kilbride van de DPC. Hij verzorgde de tweede keynote onder de titel ´Digital preservation in byte-sized chunks’ – en dat is een thema naar mijn hart. Hij hield een vrolijk en vurig pleidooi om het onszelf niet moeilijker te maken dan nodig is. Voor een deel is het een kwestie van psychologie. Als we DSC_0115maar blijven herhalen dat het allemaal moeilijk is, en veel te duur, en complex, en veel te veel, een schier onmogelijke opgave … dan gaan we er nog in geloven ook. William  pleitte ervoor om vooral te denken in termen van kansen en wat het ons allemaal oplevert. En nu we zo’n 15 jaar bezig zijn, moeten we er eens aan gaan werken dat duurzaamheid ‘business as usual’ wordt, met maatwerk, ook voor kleine organisaties. ‘The best preservation advice for a small institution may be to take the back-ups off the floor in the store room’, zei William en de zaal grinnikte. WK3Maar hij heeft hier echt een punt, wat mij betreft. Zijn betoog om vooral te kijken naar wat het allemaal oplevert heeft natuurlijk nog wel een flink rafelrandje. Want dat lukt ons nog steeds niet goed. Toegang? Dat is volgens William nog maar een halfproduct, en nogal ambitieloos. Verbetering van onze levenskwaliteit, dat zouden we moeten kunnen uitdrukken. Dat is het echte rendement. Massa’s Nederlanders avondenlang plezierig van de straat, omdat er nu een KB-database is met anderhalf miljoen historische kranten, zoiets? Zou dat werken als we weer bij OCW zijn om fondsen te werven?

Over kwantiteit versus kwaliteit – en over schoonheid

DSC_0121 Het thema kwantiteit versus kwaliteit kwam diverse malen terug. We kregen verbluffend mooie scans te zien van schilderijen in het Van Goghmuseum. Je kon de verf bijna aanraken! Meester Kwaliteit van Metamorfoze, KB’er Hans van Dormolen (links), deinst er niet voor terug om zich ten doel te stellen scans te maken die net zo goed zijn als het origineel. Maar even later zei zijn KB-collega van het krantenproject, Edwin Klijn: ‘Quantity has a quality all of its own.’ Acht miljoen krantenpagina’s kun je niet op iedere pixel controleren. Ik vroeg Hans wat hij daarvan vond. Glimlachend zei hij: ‘Volgens mij was ik toen even in slaap gevallen’.

DSC_0060 Leuke ontmoetingen waren er ook met HATII (Glasgow)-collega’s. Perla Innocenti (links) en Leo Konstantelos doen onderzoek naar het langdurig toegankelijk houden van digitale kunstobjecten. Ik vroeg hen waarom ze juist zoiets ontzettend moeilijks oppakken. ‘Omdat je je de hele dag omringt met schoonheid, dat is veel aangenamer dan wiskundige tabellen.’ Over levenskwaliteit gesproken. Daar kunnen we het zonnige weekeinde mee in.

Hoewel, voor wie al dat zonnigs gaat fotograferen nog een waarschuwing van Peter Krogh, professioneel fotograaf en schrijver van het boek The DAM Book: digital asset management for Photographers (O’Reilly, 2009): ‘Het zijn altijd je favoriete foto’s die beschadigd raken, omdat je ze het vaakst gebruikt.’ Op http://www.dp.bestflow.org, een project van NDIIPP en de American Society of Media Photographers) staan de nodige praktische oplossingen, gebaseerd op het DNG (digital negative).DSC_0133

vrijdag 21 mei 2010

Prioriteiten voor kleinere erfgoedinstellingen

20 mei 2010: Enno Meijers presenteert zijn thesis. 'Als u directeur zou zijn van een kleine erfgoedinstelling, wat zou dan uw allereerste prioriteit zijn?', vraagt de examinator. Voor hem staat een kandidaat die net zijn thesis heeft gepresenteerd voor het behalen van de titel Master of Business Informatics (Avans+, Breda). Hij is momenteel Informatiemanager bij een erfgoedinstelling en zijn thesis is getiteld: 'Stapsgewijs naar duurzame toegang.' In dat document heeft hij geconcludeerd dat alle bekende toetsingskaders voor duurzame toegankelijkheid eigenlijk geen soelaas bieden voor kleine erfgoedinstellingen en dat die instellingen meer gebaat zouden zijn bij een stapsgewijze benadering. De volgorde van de stappen laat hij bepalen door de vraag: welke maatregelen verminderen de risico's van mijn digitale gegevens het meest?

Vlnr begeleidingscommissie Ton Brandenbarg (Zeeuwse Bibliotheek), Ed Landman (Avans+), Enno Meijers met zijn studie, examinator Joost Wouters (Avans+) 'Mijn eerste prioriteit zou zijn om met al mijn medewerkers om de tafel te gaan zitten en de risico’s die kleven aan het gebruik van digitale gegevens goed onder de aandacht te brengen, om bewustzijn te kweken,' zegt de kandidaat, Enno Meijers van de Zeeuwse Bibliotheek. Dat verrast de examinator. Geen OAIS, geen serverparken, geen back-ups, maar als eerste prioriteit: bewustzijn. De examinator probeert het nog eens: 'OK, dat doe je op maandag van 10 tot 11 uur, maar daarna dan?'

Enno laat zich niet van de wijs brengen: ‘Daarna zou ik eerst maar eens gaan netwerken, met andere organisaties praten, onderzoeken wat ik zelf moet gaan doen en wat ik wellicht samen met anderen kan oppakken.’ Want als hij tijdens zijn onderzoek één ding heeft geleerd dan is het wel dat de techniek maar een deel van de oplossing is. Beleid, mandaat, context, financiën, dat zijn allemaal sleutelelementen waar de techniek in moet passen en afhankelijk van is.


De Amerikaan Charles M. Dollar benoemde vijftien van dat soort factoren die van belang zijn voor duurzame toegankelijkheid en zette ze op een rij in een model waarmee je per factor de volwassenheid van je organisatie kunt meten. In zijn studie onderwerpt Enno zijn eigen organisatie aan de toetsing van Dollar en komt tot de conclusie dat ook de Zeeuwse Bibliotheek er nog lang niet is. Voor de analysefase biedt Dollar genoeg handvatten, maar Enno mist in het model aanknopingspunten voor praktische vervolgstappen. Waar moet je beginnen met verbeteren? Enno brengt daarom een prioritering aan. En hij concludeert dat 'permanente' toegankelijkheid voor de meeste erfgoedinstellingen een brug te ver is. 'Laten we eerst maar zorgen dat de collecties de komende vijf jaar toegankelijk blijven,' is zijn advies.

Vanuit NCDD-oogpunt vind ik dat Enno belangrijk werk heeft verricht door juist de kleinere erfgoedinstelling als zijn vertrekpunt te nemen. Daarom publiceer ik zijn thesis graag op de NCDD-website en hoop dat jullie hem allemaal zullen lezen. De studie is ook erg transparant, want Enno heeft zijn theorie laten toetsen door een aantal experts in ons vakgebied. De reacties staan integraal in het rapport, ook waar ze kritisch zijn. De meeste reviewers ondersteunen de aanpak, maar zouden willen dat Enno verder was gegaan in de praktische uitwerking. En er ontstond de nodige discussie over Enno’s aanbeveling om maar te beginnen met het ‘laaghangende fruit’, relatief gemakkelijk te bewaren digitale kopieën van fysieke objecten. Zijn born-digital objecten niet veel kwetsbaarder?


Ik heb het onderzoek van Enno van dichtbij meegemaakt en weet dat hij zelf ook best wel verder had willen gaan, maar er is een grens aan wat je in één onderzoek kunt bereiken. En juist een kleinere erfgoedinstelling is erbij gebaat niet alles tegelijk op te pakken. Met digitale kopieën van fysieke objecten kun je je proces inrichten en daaraan kun je vervolgens steeds verbeteringen aanbrengen. Stap voor stap. In september willen NCDD, DEN en Enno ook een vervolgstap organiseren voor het onderzoek, een vertaalslag die het allemaal nog praktischer kan maken. Het liefst samen met anderen, in de vorm van een workshop of een wiki. Wie hieraan mee wil doen wordt van harte uitgenodigd om zich nu al te melden (inge.angevaare@kb.nl). Ook Enno houdt zich aanbevolen voor reacties op zijn onderzoek (h.j.meijers@gmail.com).

Enno kreeg overigens voor zijn onderzoek ‘een dikke vette acht’ van de examinatoren. Vanaf 8 juli a.s. mag hij ‘MBI’ achter zijn naam zetten.


PS: Voor Firefox-gebruikers blijken de mouse-overs bij de foto's niet te werken. Daarom op de tweede foto van boven, vlnr: begeleider Ton Brandenbarg (Zeeuwse Bibliotheek), begeleider Ed Landman (Avans+), Enno Meijers, examinator Joost Wouters (Avans+).

vrijdag 7 mei 2010

Kunnen we duurzame toegankelijkheid 'verkopen'?

jiscbrtf Terwijl Engeland de spannendste verkiezingen in jaren doormaakt, bezoek ik deze week in Londen twee bijeenkomsten die in het teken staan van de economische kanten van duurzame toegankelijkheid. Directe aanleiding is de presentatie van het Final report van de Amerikaans/Engelse Blue Ribbon Task Force on Sustainable Digital Preservation and Access. De Task Force heeft twee jaar de tijd genomen om duurzame toegankelijkheid te onderwerpen aan de wetten van de economie. Het resultaat is een nogal Amerikaans getinte analyse van vraag en aanbod die leidt tot de conclusie dat 'De Markt' geen oplossing heeft voor de vraag hoe we toegankelijkheid duurzaam gaan Stonehenge als inspiratie voor digitale duurzaamheid ... op de pc van Neil Beagrie die in september naar Nederland komt voor een expertsessie over kostenfinancieren -- want economisch gezien is er geen vraag naar 'toekomstige producten' (de klanten moeten nog geboren worden), alleen maar aanbod, en dan is niemand bereid ervoor te betalen. Voor de liefhebber kan het rapport een aardige intellectuele oefening zijn, maar ik bevind me in het kamp van de criticasters die het allemaal nogal theoretisch vinden en de aanbevelingen wat tam. Maar misschien redeneer ik te 'Europees' en is het vooral in Amerika nog heel belangrijk om te onderbouwen waarom er publiek geld voor duurzame toegankelijkheid moet worden uitgegeven.

De Amerikaanse experts die op uitnodiging van JISC (de Engelse SURF) naar Londen waren gekomen voor de Europese presentatie hadden het nodige te melden - ook voor Europeanen (waar, zo werd me weer eens duidelijk deze week, de Britten zich nog steeds niet toe rekenen).

Brian Lavoie, co-chair van de Taskforce Brian Lavoie van OCLC, co-chair van de Task Force, vatte de conclusies van het rapport als volgt samen: '... sustainable economics for digital preservation is not just about finding more funds. It is about building an economic activity firmly rooted in a compelling value proposition, clear incentives to act, and well-defined preservation roles and responsibilities (p. 1-4).' Allemaal niet echt nieuw, maar hier keurig op een rijtje gezet: je komt er niet met wat projectgeld hier en wat projectgeld daar. Daarop kun je geen duurzaamheid bouwen. We moeten beter worden in het 'dwingend' aantonen wat de investeringen opleveren (of welke rampen ze voorkomen); we moeten werken aan de motivatie om duurzaam te handelen, en we moeten ieders rol en verantwoordelijkheid goed benoemen.

Overal wifi, maar stopcontacten zijn en blijven schaars ...Zoals gezegd: niet echt nieuw, maar in de toelichting zaten wat goede punten. Bijvoorbeeld over het 'dwingend' aantonen van de waarde. Duurzame toegankelijkheid is zeker geen 'one size fits all'-zaak, en daarom moet je ook de waarde aantonen in zeer nauw overleg met de doelgroep en voor iedere soort data apart. Alleen een meteoroloog kan onderbouwen waarom hij niet kan functioneren zonder langjarige gegevens. Het veel gehoorde argument dat we niet weten wat 'de toekomst' nodig zal hebben moet worden bestreden door het aanwijzen van vertegenwoordigende organisaties ('proxy organisations') die namens hun toekomstige opvolgers het pleidooi houden. Bibliotheken en archieven zijn voorbeelden van 'proxy organisations', en zij zijn ook verantwoordelijk voor de selectiecriteria, d.w.z. prioriteren op basis van de verwachte vraag (en deselecteren als gegevens na een poosje toch niet zo waardevol blijken te zijn.)

Wat de motivatie betreft is het belangrijk om in het achterhoofd te houden dat die niet een vast gegeven is, maar kan variëren per belanghebbende en dat de motivatie ook met de tijd zal veranderen.

Het benoemen van rollen en verantwoordelijkheden moet zo veel mogelijk geformaliseerd worden, vindt de Taskforce, in mandaten, contracten, service level agreements, etc., want vrijblijvendheid werkt niet. De Taskforce vraagt vooral aandacht voor de transitiemomenten, wanneer gegevens van de ene naar de andere partij gaan, en dat is een heel belangrijk punt, want juist daar gaat het vaak mis (een promovendus die een datapuinhoop achterlaat; een gemeenteambtenaar die zijn documentatie overdraagt).

Intrigerend waren de discussies over 'open access' en het 'free rider probleem'. Anders dan bij bijv. gedrukte boeken maakt het bij digitale bestanden niet uit of één persoon er gebruik van maakt of 1000, en in de publieke sector gaan er veel stemmen op om de informatie (waarvoor de belastingbetaler heeft betaald) dan ook maar aan iedereen ter beschikking te stellen. De (nog immer kapitalistisch gefundeerde) economische theorie heeft het daar erg moeilijk mee. Die betwijfelt of iemand nog zal willen investeren in langetermijntoegang als iedereen gratis mag profiteren.'

Kevin Guthrie van Ithaka (de club achter JSTOR en Portico, en partner van JISC in diverse studies) benadrukte de noodzaak om meer dan één financieringsbron te hebben. Want anders ben je te afhankelijk. Een prachtig voorbeeld kwam van e-Bird, een wetenschappelijke Amerikaanse database die erin geslaagd is om een hele community van vogelaars aan zich te binden en door reclame, websites voor specifieke doelgroepen en i-Phone apps voor vogelaars nieuwe geldstromen aan te boren - excusez-le-mot. In een dag sleutelden de webmasters een site in elkaar die de gevolgen van de olieramp in de Mexicaanse golf in beeld brengt ...

Citaten van de dag(en):

Kevin Guthrie (Ithaka): ‘In business, when revenue dries up, you change your mission; the public sector does not have that option, it must stick to its mission and find alternative sources of revenue.’

Bill Dutton (Oxford Internet Institute) over prioritering: 'You need people to generate ideas, people to execute ideas, and people to kill ideas.'

Kevin Guthrie: 'Empower leadership. Venture capitalists invest in people, not in ideas.'

Kevin Guthrie: 'For the value proposition, it is important to help people visualize the outcome. People often have no idea what the situation will look like at the end of the project, say in five years. Help them visualize - not to punish them for failure, but to enable the process of iteration that leads to discipline in a project.'

Gabrielle Blais (Canadian Heritage Information Network): 'The internet environment is allergic to pain. No-one wants to pay.'

Gebruinde CNN-verslaggever: 'We have a hung parliament.' London cab driver: [de meter staat op 7pond80 en we zijn weer terug op de plek waar ik instapte]: 'It's these roadworks, ma'am. They are all over the place. You can't get through anywhere. But if the Tories win, there'll be no more roadworks. No more works anywhere.
'Yes, ma'am, I voted first thing this morning. For Mr. Brown, of course, 'cause I still remember when Mrs. Thatcher took our school milk away. Children can't learn without something in their stomach, you know, and these families just couldn't afford a breakfast. But she went and took it away anyway. So I vote for Mr. Brown. Have done for 15 years.'

zondag 25 april 2010

UK Digital Curation Centre in Nederland: het stellen van de vragen is belangrijker dan een perfecte optelsom

DSC_0013 Het Engelse Digital Curation Centre (DCC) ontwikkelt al een aantal jaren instrumenten om duurzame toegankelijkheid van onderzoeksdata te bevorderen. Bekende producten zijn het DCC Lifecycle Model en (in samenwerking met andere organisaties) DRAMBORA en DAF. Daar hebben de meesten van ons wel eens van gehoord, maar wie weet er nu echt het fijne van? Het was dus een uitstekend initiatief van het 3TU. Datacentrum om drie trainers van het DCC naar Nederland te halen. Eerst was er een mini-symposium met wetenschappers. Daar was ik niet bij, maar naar verluidt ging het daar 'meer om de wetenschap dan om datamanagement'. In deze tijdens een theepauze opgetekende observatie klinkt enige teleurstelling door, maar ik zou bijna zeggen: wat wil je? Voor ons mag datamanagement dan een doel zijn, voor de wetenschapper is het meestal maar een middel. En ook de organisatoren van 3TU (Alenka Prinčič en Ellen Verbakel) keken er wat filosofischer tegenaan: het is een begin van de dialoog.

Het tweede evenement was een eendaagse cursus 'Curation 101 lite' voor collega's van het 3TU.Datacentrum. Nu betekent '101' in het Angelsaksisch taalgebruik beginnersniveau, en de term 'lite' doet daar nog een schepje bovenop, maar wie naar Delft kwam voor een luchtige vrijdag kwam bedrogen uit. Het  tempo waarin de trainers de DCC Lifecycle, DRAMBORA en DAF de revue lieten passeren lag erg hoog. (Links vlnr Alenka Krinčič van TU Delft, Sara Higgins, Sara Jones, Joy Davidson en Ellen Verbakel van TU Delft). Dat is ook niet verwonderlijk als je bedenkt dat de cursus eigenlijk een driedaags evenement is. Gelukkig kregen we na afloop een dik 'course pack' mee (voor het bijeenrapen waarvan de trainers zowel hun thee- als lunchpauze offerden) waarin we het allemaal nog eens na kunnen lezen.


Wat zijn het voor modellen die het DCC heeft ontwikkeld? Eerst het Lifecycle model (zie ook de Nederlandse vertaling door Ingmar Koch). In feite is dat niet meer of minder dan een logische opdeling in stappen van alles wat er bij duurzame toegankelijkheid komt kijken. Waar moet je allemaal aan denken? Welke functies moet je benoemen en organiseren? Het is vooral gericht op wetenschappelijke onderzoeksgegevens, en idealiter maakt de producent van de gegevens, de onderzoeker, al gebruik van het model bij het opstellen van zijn datamanagementplan. Zoals gebruikelijk bij dit soort modellen is het een heel pak papier, maar ik moet zeggen: als je stap voor stap wordt meegenomen in de logica, dan gaat het wel meer leven. En zoals Joy zelf diverse keren benadrukte: het gaat niet om het precies invullen van alle oefeningen om 'juiste' uitkomsten te krijgen, maar om jezelf de discipline op te leggen om de juiste vragen te stellen -- voordat je ergens aan begint.

DRAMBORA en DAF zijn later (mede door DCC) ontwikkeld, toen in de praktijk bleek dat het Lifecycle Model geen antwoord gaf op alle vragen. DRAMBORA is een instrument dat alles wat je doet in het teken zet van risicomanagement. Wat mij betreft een hele zinvolle benadering. Hoeveel je investeert laat je afhangen van welke risico's voor jouw organisatie het meest bedreigend zijn. Als je hele dienstverlening in elkaar stort wanneer digitale collecties niet toegankelijk zijn, moet je daar snel mee aan de slag. Als niemand het eigenlijk zal merken wanneer een bepaalde collectie niet meer bereikbaar is, dan .... enfin, vul zelf maar in.

DAF (Data Asset Framework of Data Audit Framework, er is weer eens sprake van een naamsverandering) is een instrument dat je kunt inzetten wanneer je bij onderzoekers gaat inventariseren wat voor informatiestromen ze hebben en hoe het is gesteld met hun datamanagementpraktijken. Op basis daarvan kun je gerichte adviezen formuleren ter ondersteuning van het onderzoeksproces.

Aan het eind van de dag zijn er natuurlijk altijd vragen bij de praktische toepasbaarheid van dit soort instrumenten. Want als je het goed wilt doen, gaat er erg veel tijd in zitten, gaf ook Joy Davidson toe. Een collega van de TU Eindhoven vond het allemaal wel erg theoretisch. 'Wij doen gewoon,' zei hij.

Zelf vond ik de ontmoeting erg inspirerend met Mark van Koningsveld, van  http://www.openearth.eu. Wij van de archieven klagen vaak dat het moeilijk is om onderzoekers te verleiden tot het duurzaam opslaan van hun data. De mensen van Deltares ontwikkelden daar een heel praktische en laagdrempelige stimulans voor: zij ontwierpen een manier om allerhande data uit de waterbouwkunde te koppelen aan Google Earth en daarmee fantastische visualisaties te maken. De onderzoekers zijn zo blij met die visualisaties dat ze hun data ervoor beschikbaar willen stellen. Helaas wordt het initiatief bedreigd door geldgebrek. NWO, kunnen jullie daar niet wat aan doen?



Foto in het midden: de trainers offeren hun lunchpauze op om de deelnemers aan een course pack te kunnen helpen.

zaterdag 17 april 2010

Raad voor Cultuur: netwerktaken even belangrijk als kerntaken

De Raad van Cultuur heeft onlangs het vervolg gepubliceerd op het rapport "eCultuur: van i naar e". Het rapport is getiteld: Netwerken van betekenis: netwerktaken in digitale cultuur en media. De Raad geeft aan dat de organisatievormen zoals we die kennen uit het analoge tijdperk vaak niet meer werken en wijst in de richting van een 'netwerkstructuur' die flexibeler en minder hiërarchisch is dan we gewend zijn. Er moet een nieuw evenwicht ontstaan tussen de eigen identiteit van instellingen en de rol die ze spelen in de infrastructuur, de netwerkrol. Instellingen moeten niet alles zelf willen doen, dat is niet meer haalbaar. Ze moeten een goede taakverdeling maken - op basis van heldere keuzes die iedere organisatie maakt. De Raad beveelt de overheid aan om alle instellingen te verplichten niet alleen hun kerntaken te definiëren, maar ook hun netwerktaken. 'In de praktijk', zo schrijft de Raad, 'krijgen kerntaken altijd voorrang op "perifere" activiteiten als samenwerken met andere instellingen. ... Door kerntaken uit te breiden met netwerktaken krijgen samenwerkingsverbanden een heldere positie.' (p. 18)

Duurzaamheid is natuurlijk bij uitstek een onderwerp dat in zo'n plaatje past. Lang niet alle instellingen zullen een digitaal archief kunnen onderhouden. Misschien zijn er ook wel instellingen die geen toegang willen verzorgen. Dat is allemaal prima, als je het in een overkoepelend netwerk met elkaar kunt afspreken, zoals de NCDD wil in de Strategienota die begin juni gepubliceerd wordt.

Maar, waarschuwt de Raad (p. 7): 'Dit betekent in de praktijk: meer samenwerking, meer overleg, meer afstemming, en meer aandacht voor de eigen identiteit in relatie tot de omgeving. Maar ook: tragere besluitvorming, soms moeizame onderhandelingen, rolverwarring, foute inschattingen, en ongetwijfeld ook mislukkingen.'

We kunnen onze borst natmaken ;-)

Overigens signaleert de Raad voor Cultuur dat in het NCDD-rapport 'de musea volledig ontbreken'. 'Dat zou deze sector zich aan moeten trekken' (p. 23).

De Raad breekt een duidelijke lans voor steun voor duurzame toegankelijkheid vanuit de overheid: 'Het vergt ook een onverminderde inzet van de overheid op deze backoffice en het erkennen van het belang van de infrastructuur voor behoud en beheer van de waardevolle digitale content. Zonder deze erkenning krijgt netwerken geen kans en kan er geen sprake zijn van een te ontwikkelen sociale meerwaarde.' Waarvan akte!

donderdag 8 april 2010

2060: wat weten we dan nog over 2010? - omnibuseditie

Kijken we in 2060 net zo minzaam glimlachend tegen 2010 aan als we nu tegen de dame op de conferentieposter aankijken?

Soms moet je even naar het buitenland om je te realiseren dat het thuis zo slecht nog niet is ... Vandaag ben ik in Turijn te gast bij de Fondazione Telecom Italia die een conferentie heeft georganiseerd rond de vraag wat men in 2060 over ons huidige leventje zal weten aan de hand van digitale bronnen, oftewel 2060: con quali fonti si fara la storia del nostro presente? Het is opmerkelijk dat juist een private partij hier in Italië zo'n conferentie organiseert, want in Nederland hebben we bij bedrijven niet zo veel interesse voor het verleden aangetroffen (zie de Verkenning). Bovendien is de Politecnico van Turijn, een technische universiteit, mede-organisator en als je al die elementen bij elkaar brengt ontstaat als het goed is een mooie interactie tussen technologie, wetenschap (sociologen, historici) en een paar vertegenwoordigers van archiverende instellingen (NCDD, European Archive Foundation en een Italiaans archief).
De toon van de conferentie is vooral toegankelijk en de verslaglegging enigszins lichtvoetig - zie dit portret door cartoonist Joshua Held (Thenoses.com) ['In het panel ook Inge Angevaare, coordinator van de NCDD' --- 'De Hollanders leven al minstens 100 jaar in 2060'] - Maar het respect voor wat we in Nederland doen op het gebied van duurzame toegankelijkheid en voor wat we met de NCDD proberen te bereiken is welgemeend. Ik ben zelfs voor een sound bite van 30 seconden door de RAI geïnterviewd.

Misschien kan ik jullie later nog interessant nieuws van de Italianen zelf melden, maar door een organisatiefoutje heb ik vooralsnog weinig meegekregen van wat er allemaal in het Italiaans is besproken (ik was Nederlands op tijd, de simultaankoptelefoons volgens Italiaans gebruik een half uur achter op schema). Fabio Di Spirito, SG van de Fondazione Telecom Italia - incognito ;-)Alleen mijn eigen panel was (voornamelijk) in het Engels. Daarin werden vooral de algemene thema's benoemd waar we vaker over schrijven en spreken: hoe gaan we selecteren in het digitale tijdperk? Wat voor instellingen heb je daar voor nodig? En hoe authentiek is wat we (al dan niet met behulp van photoshop) achterlaten. Luca de Biase, een medepanellid en journalist van een Italiaanse krant die vandaag maar liefst vijf pagina's wijdt aan duurzame Panelleden vlnr Leila Medjkoune, European Archive Foundation; Luca de Biase, krant Nova-Il sole 24ore en Serge Noiret, European University Institute toegankelijkheid, benadrukte dat we moeten leren leven met complexiteit, en dat vraagt een andere benadering dan wanneer we denken dat er ergens een eenduidige ''oplossing" is. Die visie steun ik helemaal; onze samenleving zit echt in een fundamenteel veranderingsproces - met regels en wetten kom je er niet, dat laat de overheid wel zien. Zoals de Algemene Rekenkamer onlangs zei: Duurzaamheid is mensenwerk.

Gastvrij is Telecom Italia in elk geval wel: een auto met chauffeur op het vliegveld, een goed hotel, twee copieuze diners, een badge met 'Prof.ssa Inge Angevaare' - je gaat je er VIP van voelen. Maar vooral zijn  hier heel veel aardige en geïnteresseerde mensen.

Keynote spreker Chiara Ottaviana (Cliomedia Officina) met Serge Noiret, een Belg die al dertig jaar voor het European University Institute werkt en die het NCDD-rapport voor Italie 'ontdekte'.

18.00 u - In Italië dénk je op dit tijdstip nog niet aan eten, dus kan ik jullie rustig melden dat de keynote speech die ik gemist had vanochtend een gedegen inleiding bij het onderwerp digitale duurzaamheid was, die ik nu regel voor regel aan het ontcijferen ben. Een drietal parallelsessies over de specifieke vraag wat we voor diverse disciplines nu precies moeten gaan bewaren, moest ik aan me voorbij laten gaan, want daar was geen vertaling bij. Tijdens de middagsessie kwamen vooral de wetenschappers aan het woord, die benadrukten hoe belangrijk allerhande persoonlijke documenten zijn voor de geschiedsschrijving. De loop van de geschiedenis is immers nooit een rechte lijn - ieder individu ervaart dat weer anders. Er kwam een aantal initiatieven aan bod dat die persoonlijke documenten verzamelt; zo is er in Italië een heuse 'Libera Università dell'autobiografia di Anghiari', waar vrijwilligers, voornamelijk vrouwen van middelbare leeftijd, hun autobiografieën schrijven - om te archiveren. Zo leerde ik ook dat we wat we weten van het dagelijks leven tijdens de oorlogsjaren vooral aan vrouwen te danken hebben; mannen vinden dat blijkbaar niet belangrijk genoeg om over te schrijven.

De wetenschappers gingen niet in op de vraag wat het digitale tijdperk betekent voor dit soort bronnen. Waarschijnlijk omdat ze dat nog niet overzien. Daarom was het laatste woord aan onze dag-cartoonist, Joshua Held:

DSC_0101

(wat ongeveer betekent:) 'Ik ben die telefoon van jou goed zat.' 'Nouja zeg, ik ben [voor de wetenschap] mijn persoonlijke geschiedenis aan het schrijven!' [tweet] Ik sta bij de bushalte [tweet] Ik loop naar de post [tweet] Ik steek de straat over'.