Posts tonen met het label Felixarchief. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Felixarchief. Alle posts tonen

zaterdag 12 december 2009

Kan iederéén digitaal archiveren ?

De zaal zat met 134 inschrijvingen bomvol Maar liefst 134 DIV- en archiefmedewerkers van overheidsinstellingen hadden zich ingeschreven voor het seminar ‘Digitaal archiveren’ van Dominique Hermans (DO Consultancy) (de presentaties worden z.s.m. gepubliceerd op de DO website). De in kerstsfeer gestoken Concordiazaal in Woerden zat dan ook bomvol – met mensen die zelf bijna allemaal werken in een papieren werkelijkheid, zo bleek. Het archiefstuk is inderdaad nog meestal een printje met een natte handtekening. Niettemin wilden deze mensen zich voorbereiden op een digitale wereld, anders waren ze niet naar Woerden gekomen. Hebben de sprekers ze op weg geholpen?

De wereld van de NCDD: sectoren met voortrekkers voor de infrastructuur 'Tegenstrijdige' adviezen

Ogenschijnlijk kregen ze tenminste twee nogal verschillende adviezen voorgeschoteld. Ikzelf opende het seminar vanuit de filosofie van de NCDD: duurzame toegankelijkheid is een dermate grote uitdaging dat organisaties het niet alleen af kunnen en vooral de samenwerking moeten zoeken, schaalgrootte moeten realiseren, om het allemaal betaalbaar te houden (volledige tekst van de presentatie). Filip Boudrez van eDAVID, het expertisecentrum dat nauw is verbonden met het Antwerpse Felixarchief, ging daar een beetje tegenin (dia’s komen hier). Zijn filosofie: iederéén kan digitaal archiveren, ook op kleine schaal, als je maar genoeg kennis hebt van de risico’s en wat je moet doen om die te beheersen. (Zie ook eerdere blog over Felixarchief).

Het officieel uitziende mailtje dat nep bleek te zijn Opslaan + context = archiveren

Een belangrijk risico voor archiefbescheiden is het verlies van de context. Iedereen kan informatie opslaan, maar alleen de context, de neerslag van het proces maakt van een brok informatie ook een archiefstuk. Filip illustreerde dit aan de hand van een – op het oog zeer officieel aandoend – mailtje van de Antwerpse burgemeester aan een van zijn schepenen (foto). Alleen: het bleek een losse flodder, door Filip zelf gemaakt. Digitaal archiveren is namelijk vooral een opgave van documentatie – alleen door in het digitaal object alle informatie op te slaan over hoe het document tot stand is gekomen (technisch Filip Boudrez: 'Zo moeilijk is het toch allemaal niet.'en organisatorisch) kun je de authenticiteit van het document bewijzen. Al die informatie sla je op in XML-doosjes, het Archival Information Package uit het OAIS-model (zie mijn tekst, pp. 8-9). Meer is het niet, leek Filip te zeggen, je kunt zo aan de slag. Het Antwerpse eDepot begon ooit met 20 cd’s, €675 aan software en 0,3 fte. Het is gewoon een kwestie van heel consequent en precies in het AIP opslaan hoe het brok informatie door het proces is gegaan. Welke software, welke versie, welke hardware, welke stappen, en ga zo maar door. En dat hoef je niet eens met de hand te doen, nee, dat kun je – en moet je zelfs - in hoge mate automatiseren om zoveel mogelijk menselijke fouten uit te sluiten.

Dominique Hermans was zelf verrast door het hoge aantal inschrijvingen Kon ik wel naar huis met mijn NCDD-verhaal? Je zou het bijna denken. Maar zo zwart-wit is het natuurlijk ook allemaal weer niet. Ook in mijn eigen verhaal had ik benadrukt dat de plannen van de grote voortrekkerorganisaties om een infrastructuur in hun sector te bouwen tijd kosten – en geld, wat momenteel ook veel tijd kost. Bovendien is het nooit de bedoeling geweest dat organisaties als het Nationaal Archief de verantwoordelijkheid van kleinere organisaties over gaan nemen. Iedere organisatie, ieder archief, blijft zelf verantwoordelijk als archivaris, en moet dus kennis hebben van het digitale proces om daar verantwoordelijkheid voor te kunnen nemen. Maar als de NCDD-plannen uitgevoerd worden zullen ze een deel van het werk kunnen uitbesteden, in de back office slimmer kunnen werken. Want het duurzaam beheren van een paar bestanden kun je misschien zelf ter hand nemen - zodra het om miljoenen objecten gaat wordt het toch een ander spelletje. Hoe meer leveranciers, hoe meer soorten digitale informatie, hoe lastiger het wordt.

powerpoint in kerstsfeer

Filip en ik waren het wel roerend eens over één ding: voor geen enkele organisatie mag het een optie zijn om niets te doen, om af te wachten tot bijvoorbeeld het Nationaal Archief alle problemen gaat oplossen. Wat dat gaat niet gebeuren, zeker niet op de korte termijn. Voor iedere organisatie, groot of klein, is het mogelijk om met weinig middelen al heel wat 'We do not need best practices, we need survival practices' (Clifford Lynch)maatregelen te nemen die de risico’s op verlies van digitale gegevens te verkleinen. Ik noemde dat in mijn presentatie survivallen, Filip ziet het meer als een structurele aanpak (misschien omdat België geen NCDD heeft ;-)?), maar het gaat om  hetzelfde principe. Duurzaamheid is een kwestie van risicomanagement en heel eenvoudige, praktische maatregelen kunnen de risico’s al drastisch beperken. Zoals Filip het zei: ‘Bezie de techniek als een variabele; het belangrijkst is het om je eigen workflow goed te regelen, vooral ten aanzien van de documentatie. Door alles goed te documenteren maak je de digitale gegevens zo autonoom mogelijk, zo min mogelijk afhankelijk van heel specifieke software en hardware.’ In zijn presentatie gaf Filip een 10-stappenplan voor een digitaal archief. Wat mij betreft lezenswaardige kost voor iedere DIV’er en archivaris (presentatie volgt op seminarpagina).

Geert-Jan van Bussel (li) in gesprek met Arjan de Vries (Archiefinspectie Groningen) Stápels regelingen - maar wat is de praktijk?

Geen sector heeft zoveel regels en afspraken en protocollen als de overheid, dat bleek ook uit het NCDD-onderzoek. Maar die leiden niet tot duurzaam gedrag. Geert-Jan van Bussel hield een presentatie over het ODF-formaat – het platformonafhankelijke bestandsformaat dat gebruikers autonomer maakt van de grote softwarefabrikanten. Hij vroeg zijn publiek wie dit formaat al gebruikte. Bijna niemand stak zijn hand op. En dat terwijl het formaat al een tijdje geleden verplicht is gesteld voor de gehele overheid. ODF is volgens Geert-Jan vooral een interoperabiliteitsstandaard. Bij de duurzaamheid heeft hij nog wat twijfel, maar dat zal de toekomst leren. Filip Boudrez gebruikt ODF in elk geval wel.

Netwerken Sympathiek maar wat te lang was de presentatie van AutiTalent, een bedrijfje dat autistische mensen inzet voor digitaliseringswerkzaamheden, en de software die zij gebruiken om het proces in te richten (ezModeler van 14Change). AutiTalent is een uitzendbureau voor autistische mensen; met hun gevoel voor en behoefte aan strakke structuur zijn zij uitermate geschikt om werkzaamheden te doen op het gebied van archiveren en digitaliseren. Een win-win situatie, die aan iemand de opmerking ontlokte dat het misschien een stuk beter gesteld zou zijn met de informatiehuishouding van de overheid als we allemaal autisten waren. Ik moest er ook aan denken toen ik in de theepauze werd aangesproken op mijn pleidooi voor eigen verantwoordelijkheid van archivarissen en DIV’ers om de brug te slaan naar de producenten van digitale informatie - die het langetermijnperspectief meestal niet op hun netvlies hebben staan. De DIV’er zit meestal niet in een positie in een organisatie waar hij of zij invloed kan uitoefenen op het beleid, zei mijn gesprekspartner, dus zou ik mijn pleidooi niet in deze zaal moeten houden maar bij bestuurders. Natuurlijk, daar moet ook het nodige gebeuren, en daar zal de NCDD zich ook voor inzetten, maar een man als Filip Boudrez laat zien dat een paar individuen met lef en enthousiasme en kennis van zaken grote invloed kunnen hebben ten goede. Kijk maar wat ze in Antwerpen bereikt hebben: een volledige aansluiting van het archief op de informatiehuishouding van de gemeente.(Hoewel, de grote rol van Filip is natuurlijk ook weer een risico voor duurzaamheid, want afhankelijkheid van één of enkele personen moet je eigenlijk niet willen, maar dat terzijde.) Laten we het erop houden dat ze alle twee in actie moeten komen: die managers en de DIV’ers.

Het Woerdense kerkplein na afloop

vrijdag 17 oktober 2008

Digitale archieven worden flexibel en onderdeel primair proces



Afgelopen woensdag organiseerden de gemeente/stadsarchieven van Rotterdam en Antwerpen een gezamenlijke studiedag in het sfeervolle Felixarchief in Antwerpen. Voor een bomvolle zaal van collega's (de helft uit Nederland en de helft uit Vlaanderen) lieten het Nationaal Archief, het GAR Rotterdam en het Felixarchief zien hoe ver ze zijn met de ontwikkeling van hun digitale depots en welke visies ten grondslag liggen aan hun initiatieven. (De presentaties staan op de studiedagwebsite van het GAR; fotobijschriften onderaan de blog.)


Wat het eerste betreft: Het Nationaal Archief en het GAR hopen begin volgend jaar de testfase in te gaan met hun digitale depots, die met dezelfde Tessella software worden ingericht. 2009 wordt het jaar van vele testen en pilotprojecten, waarna de systemen in 2010/2011 volledig operationeel moeten zijn. Het Felixarchief is al experimenteel in bedrijf. Men kiest er in Antwerpen voor om onderdeel voor onderdeel geleidelijk over de volle breedte uit te rollen.

Wat de visies betreft, wil ik er een aantal aspecten uitlichten:

Felixarchief: integreren in de workflow van de ambtenaar
Het Antwerpse archief heeft het geluk gehad dat het kon meeliften op een grote reorganisatie binnen de stedelijke diensten: het project 'denBell', waarbij ambtenaren digitaal gingen werken vanuit wat wij in Nederland flexplekken noemen. Integratie in het primaire proces is hier het motto, integraal 'records management' waar digitale duurzaamheid, pardon! duurzame toegankelijkheid is ingebouwd. Natuurlijk krijgen niet alle gemeentelijke archieven een buitenkans als Antwerpen, maar velen zijn het er inmiddels over eens dat die integratie eigenlijk de enige manier is om duurzame toegang te realiseren bij de administraties.


GAR: "een hele lange workshop"
Jantje Steenbuis en Josje Everse van het GAR legden vooral de nadruk op de betrokkenheid van de gehele organisatie bij de ontwikkeling van het e-depot en "kennis verwerven in de praktijk". Het depot is ontwikkeld in nauwe samenwerking met de Archiefschool en vanaf 2007 met het Nationaal Archief. Steenhuis heeft een e-depot altijd gezien als een kerntaak van een archivaris die je niet mag uitbesteden, maar zij gaf nu aan dat ze ook wel beseft dat niet alle archieven de middelen van een grote stad als Rotterdam hebben, en dat met name kleinere organisaties wellicht pragmatische keuzes moeten maken.

Nationaal Archief: ontwikkelen van diverse scenario's voor diensten aan derden
Het Nationaal Archief speelt in op de behoeften van kleinere organisaties, zo blijkt uit het visiedocument dat het NA twee weken geleden publiceerde (zie ook NCDD nieuwsbericht). In de presentatie van Jacqueline Slats kwamen niet alleen de technische kanten van het Digitaal Depot aan bod, maar ook de business cases waarmee het Nationaal Archief volgend jaar gaat experimenteren. In deze pilots worden (digitale) alternatieven uitgeprobeerd voor het traditionele overbrengen van papieren archieven na een periode van (idealiter) 20 jaar.
Met het Ministerie van Binnenlandse Zaken wordt geëxperimenteerd met vervroegde overbrenging van digitale archieven, ook van archieven die na verloop van tijd vernietigd moeten worden. Met diverse RHC's en andere archieven (Utrecht, Noord-Holland, Zeeland) worden modellen uitgewerkt waarbij het Nationaal Archief fungeert als een trusted digital repository (TDR). Met het Kadaster wordt een experiment gestart waarbij de digitale archieven bij het Kadaster blijven, maar het Nationaal Archief op afstand het technische beheer verzorgt.
Dit zijn stuk voor stuk interessante modellen die een rol kunnen gaan spelen in het ontwikkelen van de nationale infrastructuur voor duurzame toegankelijkheid die op de agenda van de NCDD staat.
Je ziet ook dat digitale depots een sterke ontwikkeling doormaken: waar het in 2003 in gebruik genomen e-Depot van de Koninklijke Bibliotheek nog één geheel was op één plek, wordt nu veel meer gedacht in termen van netwerken. (Om misverstnanden te voorkomen: het KB e-Depot is ook niet stil blijven staan: momenteel loopt een groot vernieuwingsproject om het e-Depot aan te passen aan complexere objecten en de verwerkingscapaciteit te vergroten.)


Overigens waren Inge Schoups en Filip Boudrez het niet echt eens met de stelling dat een digitaal depot niet haalbaar zou zijn voor kleine instellingen. "Gewoon een kwestie van doen", vond Filip Boudrez, en als je eenmaal bezig bent, is het best leuk.

Technology watch uitdaging voor de NCDD
In zijn samenvatting aan het eind van de dag gaf Peter Horsman van de Archiefschool aan dat het digitale tijdperk allerlei kansen biedt om middelen en 'resources' te delen, hoewel we daar traditioneel niet zo goed in zijn. Juist nu hoeven faciliteiten zich niet meer op één plaats te bevinden om gedeeld te kunnen worden. En op het gebied van kennis en expertise valt er heel wat te winnen door samenwerking. Zo hebben noch het Nationaal Archief, noch het Felixarchief, noch het GAR Rotterdam al een stevig fundament gelegd voor de 'technology watch' die hun digitale depots technisch up-to-date moeten houden. In de wandelgangen bleek dat de vraag eerst beantwoord moet worden wat zo'n technology watch nu eigenlijk inhoudt. Hierover later ongetwijfeld meer.

Zie ook: de blog van LOPAI met een verslag van Ingmar Koch.


Foto's IA: rechtsboven, vlnr Jacqueline Slats van het Nationaal Archief, Jantje Steenhuis van het Gemeentearchief Rotterdam, en Inge Sloups van het Felixarchief Antwerpen.
Midden: vlnr Filip Boudrez van het Felixarchief (en van expertisecentrum eDavid) en Josje Everse van het Gemeentearchief Rotterdam).
Onder: De binnenplaats van het Felixarchief.