Posts tonen met het label wetenschappelijke bibliotheken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label wetenschappelijke bibliotheken. Alle posts tonen

woensdag 29 juni 2011

More (digital) wake-up calls for academic libraries (LIBER 2)

_DSC7142Today it was Rick Luce (Emory University, US) who had the (questionable) honour of issuing a wake-up  call to research libraries. This time the topic was not cultural heritage (see yesterday’s post), but the core business of academic libraries: serving researchers and the scientific research process. Check out his slides when they become available on the LIBER website. It is a dazzling summary of all the changes taking place in the sciences: zetabytes of data; dynamic, complex data objects that require management; communities and data flows becoming much more important than static library collections, etc. etc. Luce’s warning: somebody will develop the services the new researcher needs. If the library does not develop those, there is no future for the research library. Luce called for a fundamental transformation process that will affect every aspect of the ‘library’ business.

_DSC7146

In this vision, the role of the ‘library’ is to deliver a layer of middleware between the scientific process and IT infrastructure.

Luce’s advice for libraries on how to bring all this about: ‘Radical Cooperation’:

_DSC7156

Such change, of course, does not come easy. Disruption of set patterns makes people nervous – but instability also contributes to disruptive innovation:

_DSC7150

Luce warned that ‘Culture will have strategy for breakfast every time.’ It takes years to turn the culture of an organization around.

At the end of this inspiring session, Kurt de Belder of Leiden University asked a crucial question: ‘Are libraries in fact the type of organizations that can make such drastic changes?’ In his response, Luce implied that some will make the change successfully – those who do not will be out of business by 2020. One of those libraries might be that of the librarian who asked how to make researchers deliver the metadata that the library needs during a data workshop this morning. Or was the wake-up call clear enough?

Norbert Lossau of Gottingen asked for advice on how to convince the University Board and staff of all this. Luce’s advice: ‘Look for small victories; do it step by step; work with early adopters within your staff.’

Will research libraries have enough time to get all that done by 2020?

_DSC7120 Neelie Kroes of the European Commission addressing the conference by video. Her agenda: a) open access; b) open data (all public-sector information); c) digital culture (‘By 2025 all European cultural heritage should be digitized and available through Europeana’)

dinsdag 23 november 2010

Onderzoeksdata (2): een ‘nieuwe renaissance’?

Vlnr: Finse gastheer Kimmo Koski (CSC) en Sir John Wood (voorzitter, Riding the  Waves commissie) De Alliance conferentie werd vanochtend geopend door Sir John Wood, voorzitter van het hoogste wetenschappelijke adviesorgaan van de Europese Commissie (ERAB) en voorzitter van de commissie die Riding the Waves schreef (zie vorige blog). Alsof Wood die gelezen had [no such luck, Inge!], zei hij over de hoge ambities van Riding the Waves: ‘It is easy to write the words, isn’t it? Reality, how do we do it, is very different.’ Daarna volgde een lange lijst van projecten en digitale infrastructuren die al met Europees geld tot stand zijn gekomen, ik zal jullie de afkortingen hier besparen.

Alliance for Permanent Access (APA) conferentie in de Finse  sneeuw Maar hoe gaan we verder? Op Woods dia’s stonden keurig de aanbevelingen uit de diverse rapporten, maar in zijn toelichting liet hij doorschemeren dat hij het niet altijd eens is met hoe Europa investeert in de digitale agenda. Te veel kleine bedragen, waardoor de spoeling dun wordt. Risicovol onderzoek krijgt geen kans, terwijl daar juist echte kansen liggen. En mondiale zaken (hoe gaan we 9 miljard mensen van schoon water en eten voorzien?) worden te provinciaal aangepakt. Om een voorbeeld te noemen: voor EU-subsidies komen geen projecten in aanmerking Minder deelnemers dan vorig jaar in Den Haag. Vanwege de kou? waar partners van buiten de EU aan meedoen. Woods heeft de Commissie ooit aanbevolen om de projectgelden aan de lidstaten te geven onder voorwaarde dat ze met minimaal twee andere landen zouden samenwerken – de suggestie werd hem niet in dank afgenomen.

In opbouwende zin beval Woods aan om vooral holistisch te denken, over de grenzen van al die kleine disciplines heen. Hij noemde  het een nieuwe ‘renaissance’. Ook pleitte hij voor veel meer aandacht voor training. ‘We hebben momenteel domweg nauwelijks mensen die de enorme data-infrastructuren kunnen managen die we nu nodig hebben.’

Wouter Schallier van LIBER Later op de dag ontstond nog een mooie discussie met Wouter Schallier, de Executive Director van LIBER, de Europese organisatie van wetenschappelijke bibliotheken. LIBER ziet een nieuwe rol weggelegd voor bibliothecarissen in het managen van de data in onderzoeksprojecten en de wetenschappers die daarbij betrokken zijn. Met respect voor het beroep van bibliothecaris betwijfelde Woods of dat een goede insteek was. Liever ziet hij in de wetenschap een ‘data scientist’ ontstaan die de data managet en ze dan kant en klaar aflevert bij de digitale repositories.

Liina-Maria Munari (EC) in gesprek met Bart Severi (Vlaamse overheid)In de middag bleek trouwens dat rapporten als Riding the Wave, weinig concreet als ze soms zijn, wel degelijk gelezen worden in Brussel/Luxemburg en bijdragen aan visievorming door de Commissie. Twee sprekers namens de commissie lieten blijken dat ze het rapport goed gelezen hadden. Liina-Maria Munari (foto links) was goed te spreken over het nieuwe APARSEN project dat onder regie van de Alliance for Permanent Access wordt uitgevoerd en waaraan o.a. de KB meedoet. Dit moet leiden tot een Europees Centre of Excellence op het gebied van digitale duurzaamheid. Ze gaf toe dat het werken met vele talen en culturen (er zijn 30 partners!) hier een daar tot chaos leidt. ‘But that is chaos that must happen’ in een tijd van ‘grand, global challenges’. Dus toch een nieuwe renaissance?

zondag 16 november 2008

Duurzame toegang in de wetenschap financieren



Op 4 november werd in Boedapest de jaarlijkse conferentie van de Alliance for Permanent Access gehouden onder de titel: 'Keeping the Records of Science Accessible - Can we Afford it? Business models for permanent access'. Voor de Alliance website heb ik een uitgebreid conference report geschreven dat ik hier niet zal herhalen. Het beeld is duidelijk: het zijn vooral de wetenschappers zelf (en niet de bibliotheken) die hun data organiseren en dat doen zij per discipline verschillend, maar vooral over nationale grenzen heen. Dat maakt financiering lastig: universiteiten, onderzoeksfinanciers, nationale overheden en de EU zijn allemaal partijen die daarbij betrokken zijn. Er zijn belangenbehartigers op Europees niveau nodig om al die lijntjes bij elkaar te brengen, en daar is de Alliance nu juist voor opgezet.

Maar kunnen we het ons veroorloven? We horen immers vaak dat digitale duurzaamheid zo duur is. De Engelse Archaeological Data Service (ADS) heeft een prijskaartje gehangen aan duurzame opslag: 0,30 GBP per megabyte voor opslag 'in de eeuwigheid'. Maar dat is alleen de opslag (inclusief migraties). Wat acquisitie en ingest kosten aan de ene kant, en toegang aan de andere, hangt van zoveel factoren af dat het niet in zijn algemeenheid te schatten is. Het Max-Planck-Institute for Psycholinguistics becijferde dat een complex levend archief, met depots op verschillende plaatsen, toch minstens 400.000 euro per jaar kost.

Is dat duur? Graham Cameron van het European Bioinformatics Institute (EBI) stelde : 'Permanent access is the cheap way to doing science': een paar uur achter de computer kan jarenlang laboratoriumwerk vervangen. De vraag is natuurlijk wel hoe je die opbrengst concreet kunt maken tegenover financiers - wat is de prijs van een versnelde ontdekking van een bepaald medicijn?

Ian Halliday van de European Science Foundation, die de conferentie voorzat, had een pragmatische kijk op de financiering van permanente toegang: uiteindelijk zal het erop uit draaien dat de wetenschap een bepaald budget krijgt en het daarmee moet doen. Dan wordt het een kwestie van selecteren wat we wel en niet willen bewaren.

maandag 14 juli 2008

Wetenschappelijke bibliotheken en digitale data



Op de rand van het vakantieseizoen vond van 1-5 juli in op de campus van Koç University in Istanbul de LIBER-conferentie van Europese wetenschappelijke en nationale bibliotheken plaats. Digitale data speelden een hoofdrol in het programma en op de NCDD-website heb ik geschreven over de rol die de Leeuwarder Courant en het KB e-Depot speelden op de conferentie. Hier een aantal zaken die me in hun algemeenheid opvielen:


Digitalisering als 'eind' van het duurzaamheidstraject
Het valt me op dat wanneer bibliotheken hun conserveringsprojecten bespreken, zij vaak 'digitalisering' nog zien als het einde van het traject. Die kwetsbare oude kranten zijn nu gelukkig gescand en daarmee voor de toekomst bewaard. Soms hoor je een voetnoot over het feit dat duurzame opslag van die scans nog geregeld moet worden, maar meestal ligt die actie voorbij de horizon van het project – en, niet te vergeten, de verkregen financiering.

Kwantiteit versus kwaliteit
Ricky Erway van OCLC provoceerde haar toehoorders met een citaat van Lorcan Dempsey: 'Quantity has a quality all of its own'. Zet zoveel mogelijk materiaal met beperkte Dublin Core metadata op internet, dat is veel beter dan losse objecten volmaakt ontsloten op het web te zetten. Erway verwees o.a. naar de keuze die het KB e-Depot recentelijk maakte voor JPEG2000 in plaats van het veel omvangrijker TIFF-formaat (rapport). Diverse sprekers noemden ook het belang van context voor de wetenschap: het digitaliseren van individuele objecten heeft nauwelijks zin als de context er niet bij geleverd kan worden. Sijbolt Noorda, voorzitter van de Nederlandse VSNU, refereerde aan de belangrijke ‘art of throwing away’ – want de kosten van duurzame opslag zullen enorm zijn.

Digitale data en de rol van wetenschappelijke bibliotheken


Waar de universiteitsbibliotheken zelf graag een rol voor zichzelf zien in de digitale informatiehuishouding van universiteiten (zie bijvoorbeeld het UKB-beleidsplan 2007-2010), oordeelde VSNU-voorzitter Sijbolt Noorda dat 'very few [universiteitsbibliotheken] developed into sustainable integrated e-support services for research and teaching & learning'. Mogelijk hebben de bibliotheken hier een belangrijke boot gemist: de diensten die onderzoekers nodig hebben voor opslag en uitwisseling van digitale data zijn per wetenschapsdiscipline heel verschillend. De onderzoekers hebben die diensten vaak zelf ontwikkeld, op internationale schaal en buiten het UB-netwerk om. Bibliotheken zouden 'digital assistants' aan moeten bieden, zo suggereerde Noorda, die onderzoekers helpen bij het ordenen van hun informatie. Daarbij mag de digitale dienstverlening geen eenheidsworst worden: diversificatie per wetenschapsdiscipline is essentieel. Het recente rapport 'To share or not to share' van het Engelse Research Information Network (RIN) wijst in dezelfde richting.



Vertrouwen en digitale duurzaamheid
Iedereen is het er nu wel over eens dat digitale data allerhande traditionele grenzen oversteken, en dat het duurzame beheer ervan samenwerking en coördinatie vereist, maar hoe die samenwerking concreet gestalte moet krijgen, is voorlopig nog een lastig te beantwoorden vraag. Noorda gaf toe dat er de nodige vooruitgang is geboekt: zo worden in DARE en DRIVER de institutional repositories gelinkt. Maar hoe tillen we dit soort initiatieven naar een nationaal, Europees of wereldwijd niveau?

In de bus op weg naar het congresdiner sprak ik Michael Jubb, directeur van het Engelse Research Information Network. Hij vertelde me hoe Engelse instellingen worstelen met de vraag hoe ze hun elektronische journals het beste duurzaam kunnen opslaan. Bij de KB? Bij Portico? Bij de British Library? Hoe weet je dat je data daar veilig staat?

Bij het Gemeentearchief in Rotterdam hoorde ik in juni archivarissen dezelfde zorg uitspreken: hoe kan een ander dan een beëdigd archivaris ooit de juridische verantwoordelijkheid nemen voor de authenticiteit van digitale objecten - in juridische termen de garantie dat het digitale object exact dezelfde inhoud bevat als het analoge? Wie kun je vertrouwen?

Die laatste vraag kun je deels beantwoorden door te werken aan certificering van digitale depots, initiatieven als het Safe Places Network zoals door de KB ontwikkeld. Maar er is meer voor nodig. Iedere sector heeft zijn eigen beroepseer, zijn eigen normenkader, zijn eigen cultuur. En die is niet altijd gemakkelijk te koppelen aan de cultuur van andere sectoren. Maar de informatie die we bewaren krijgt voor de gebruiker juist enorme meerwaarde als de technische én inhoudelijke context de eigen sector overschrijdt. Om over efficiency van opslag nog maar te zwijgen.

(Foto's van boven naar beneden: campus Koç University; Sijbolt Noorda; conferentiezaal met het preservation panel: Helen Shenton (British Library), Eddy van der Noord (Leeuwarder Courant) en op het spreekgestoelte Marcel Ras (KB e-Depot); Michael Jubb.