Posts tonen met het label economisch perspectief. Alle posts tonen
Posts tonen met het label economisch perspectief. Alle posts tonen

vrijdag 17 september 2010

Kosten (2): koffiedikkijken of serieuze planning?

Volop discussies, ook in de pauzes. Achter vlnr Ernst van Velzen, Gerco Bakker en Marcel Mattheijer (BenG), Toni Tracy (Portico), Heiko Tjalsma (DANS); voorgrond rug Niels Bo Andersen (NA DK) en Ulla Bogvad Kejser (KB DK); staand voorzitter Neil Beagrie en econome Anna Palaiologk.
Soms schud ik na een bijeenkomst nog in de trein een blogpost uit mijn mouw. Dan sta ik bij wijze van spreken te trappelen om het verhaal te doen. Vandaag is een ander verhaal. Vandaag kost het me moeite om uit een berg aantekeningen en een vol hoofd de lijnen te halen waar ik jullie een plezier mee kan doen. Ik kies dus maar voor de zoetzure aanpak.
Het ideaalplaatje ziet er zo uit: een organisatie wil weten wat de kosten van duurzame opslag de komende jaren gaan worden. Ze halen een modelletje van internet, typen daar een aantal variabelen in, en voilà, daar ligt de begroting. Als de begroting niet bevalt (te duur) verander je een aantal variabelen in je beleid, net zo lang tot er een passend kostenplaatje ligt.
Zoet: na gisteren weten we wat er in de wereld te koop is aan modellen en benaderingen; zuur: geen enkel model werkt (nog) zoals we dat zouden willen.
Vlnr IA, Els van Eijck (KB), Marcel Ras (KB) Zoet: op diverse plekken bouwen verstandige collega’s aan modellen (zie vorige blog) en we hebben ze gisteren voor het eerst allemaal om één tafel gehad (bijna dan, er was 1 zieke); zuur: het zijn allemaal verschillende benaderingen die niet op elkaar aansluiten en op ieder moment weer afgebroken kunnen worden als de subsidie wordt stopgezet. Voorzichtige pogingen om te streven naar een Europese aanpak, waarbij iedereen een deel van het werk doet en je samen tot één model komt, leken gisteren nog niet vruchtbaar.
Geconcentreerde gezichten. Li Jacqueline Slats (NA), re Ulla Bogvad Kejser (KB DK) Het is dan ook ingewikkelde materie. De meeste modellen gaan uit van ‘activity-based costing’ (ABC): je benoemt welke activiteiten allemaal nodig zijn om ‘iets’ duurzaam toegankelijk te houden en je hangt er de benodigde menskracht/hardware/software aan. En als je nog een stap professioneler wil zijn, dan gebruik je de Balanced Score Card (BSC). Daarop zet je aan de ene kant je ambities als organisatie (wat wil je bereiken, in meetbare performance indicatoren) en aan de andere kant de kosten die je maakt voor diverse activiteiten. Je hoogste prioriteit mag het meeste kosten. Aan wat voor de missie van je organisatie minder of niet belangrijk is, besteed je geen geld. Die laatste stap heeft alleen een project gezet bij ons eigen data-archief DANS (Data Archiving and Networked Services), onder leiding van de Griekse econome Anna Palaiologk. (De resultaten daarvan zijn om auteursrechtelijke redenen nog onder embargo; publicatie gaat volgen). Toen Heiko Tjalsma (DANS) en Filip Boudrez (Stadsarchief Antwerpen)Anna bij de KB op bezoek ging om te kijken of het model van DANS misschien ook toegepast kon worden op de KB, bleek dat er tussen die twee instellingen zal zulke enorme verschillen waren tussen de manier van werken, de manier van organiseren, de manier van kosten toerekenen, dat er geen beginnen aan was.
En dat is in een notendop ook het verhaal van gisteren: een algemeen model is ontzettend lastig te ontwikkelen – want iedereen is anders. e-Journals zijn heel andere dingen dan archiefstukken of onderzoeksgegevens (die per discipline trouwens ook weer behoorlijk blijken te verschillen) en ze vragen om andere inspanningen en een ander beheersregime. Audiovisuele bestanden zijn weer heel anders (Beeld en Geluid), en websites zijn helemaal een duveltjeuiteendigitaaldoosje. Omdat we bovendien nog weinig echte ervaringen hebben met digitaal materiaal waarop we onze schattingen kunnen baseren, en bovendien de technologie zich razendsnel ontwikkelt, is het lastig om voorspellingen te doen, zeker voor de lange termijn. Nog niemand kan voorspellen wat het bijvoorbeeld de KB gaat kosten als ze hun 16 miljoen PDF’s moeten migreren naar een ander bestandsformaat.
David Rosenthal (LOCKSS) in gesprek met Neil Beagrie (Charles Beagrie Ltd.) De vraag is wel of dat ooit nodig zal zijn. David Rosenthal van LOCKSS heeft daarover een uitgesproken mening, reden om ook hem uit te nodigen voor de bijeenkomst. Veel instellingen migreren de diverse bestandsformaten die ze aangeboden krijgen naar een beperkt aantal bestandsformaten bij binnenkomst (Portico, Nationaal Archief Denemarken). Dat maakt het beheer gemakkelijker, en het idee is ook dat je door toekomstbestendige formaten te kiezen later veel minder vaak zult hoeven migreren. Wat op termijn kosten en moeite bespaart. Maar al die extra inspanningen bij binnenkomst (‘ingest’) maken van de ingest verreweg de duurste fase van het hele duurzaamheidstraject, zo lijkt onderzoek uit de wijzen (LOCKSS, Keeping Research Data Safe). Momenteel wordt vrij algemeen de vuistregel geaccepteerd dat de ingest 40% tot 50% van de totale kosten veroorzaakt (migreren, checken, valideren, soms metadata toevoegen). Daarna vlakken de kosten snel af. Toegang kost ca. 30% van het totaal; opslag en duurzaam beheer is dus maar zo’n 19%.
Beeld en Geluid vraagt het nog eens na bij Rosenthal: Gelooft hij nu echt dat we niet hoeven te migreren? Vlnr Marcel Mattheijer, Gerco Bakker, Rosenthal (rug) en Ernst van Velzen David Rosenthal stelt nu dat het verhaal van Jeff Rothenberg (de duurzaamheidspionier van het iconische Ensuring the Longevity of Digital Documents uit 1995) niet meer opgaat. Rothenberg maakte zich vooral druk over het in onbruik raken van bestandsformaten en propageerde de noodzaak van emuleren en migreren. Rosenthal (van huis uit techneut) is van mening dat de bestandsformaten sinds 1995 behoorlijk stabiel zijn. Er komen er weliswaar bij, maar dat leidt niet (meer) tot het in onbruik raken van bestaande formaten. Dus zegt hij: stoppen met migreren, en zeker stoppen met migreren bij binnenkomst. Want je kunt toch niet voorzien wat de klant uiteindelijk nodig zal hebben. Het is beter om gewoon de bitstreams te bewaren en een migratietool te zetten tussen het archief en de uiteindelijke gebruiker, dus aan de achterkant van het proces. Dan lever je maatwerk (origineel of migratie) op het tijdstip en het platform waar de klant om vraagt. (En bespaar je je ook nog eens de moeite om die 90% te bewerken die nooit Ingrid Dillo (KB) doet momenteel onderzoek naar de kosten van digitale opslag in verhouding tot die van fysieke opslag, hier in gesprek met Neil Beagrie opgevraagd zal worden …). Onze Deense collega’s hoorden de theorie van Rosenthal met veel belangstelling aan, maar, zo zei Anders-Bo Nielsen van het Deense Nationaal Archief, voorlopig nemen we toch het zekere voor het onzekere en blijven we bij binnenkomst migreren. Want stel nou dat Rosenthal geen gelijk heeft? De collega’s van Beeld en Geluid vroegen het nog eens na bij David Rosenthal, want audiovisuele bestanden vragen waanzinnig veel geheugen en een migratie van 12 Petabyte aan audiovisuele data (=12x1024 terabyte! = de verwachting van Beeld en Geluid voor 2014) – daar zou je zomaar een nachtmerrie over kunnen krijgen. Ook zij zijn niet zomaar bereid een nationale collectie AV materiaal in de waagschaal te stellen voor een nog onbewezen theorie. En misschien is Rosenthal’s theorie ook alleen bruikbaar in zijn eigen domein, de e-journals, waar PDF-A ‘regeert’. [NB: in een mail aan mij maakte David Rosenthal bezwaar tegen deze laatste zinsnede; zie zijn reactie.]
Blogger betrapt met vulpen door paparazzo Ingrid DilloVoorlopig zijn we er nog niet uit, dat is duidelijk. Maar het was weer een stap. Iedereen kent elkaar nu en kan gemakkelijker ervaringen en kennis uitwisselen, dat is alvast winst. Ik ga ook nog een formeel verslag schrijven van de bijeenkomst. En volgende week zetten we de gesprekken al weer voort, op de iPRES in Wenen, waar ook een sessie is gepland over kostenmodellen. Eens kijken of we daar een richting kunnen vinden om de lijnen weer aan elkaar te knopen. Tot volgende week.
Marco de Niet (DEN) en Marius Snyders (Beeld en Geluid)

maandag 5 oktober 2009

iPRES (3): duurzaamheid is ook economische kwestie

DSC_0357 Een aantal maanden geleden heeft een Blue Ribbon Taskforce een prima interimrapport opgeleverd: Sustaining the digital investment (zie eerdere blog off google de titel), over de economische kant van duurzame toegankelijkheid. Een aantal van de auteurs zitten vandaag op het podium van de iPRES om over het rapport te discussiëren: vlnr: Patricia Cruse (University of California repository), Abby Smith Rumsey, redacteur van het rapport; Paul Courant, een econoom, Martha Anderson (NDIIPP), Brain Lavoie (OCLC).

Vergeet niet dat 'duurzaamheid' niet alleen een technische zaak is, maar ook een kwestie van financiering en economie, benadrukte Brian Lavoie in zijn introductie. De task force formuleerde vijf eisen waar economische duurzaamheid aan moet voldoen:

  • het nut moet erkend worden (de vraagkant)
  • bestuurders moeten gemotiveerd worden om in actie te komen (aanbodkant)
  • selectie!
  • mechanismen om continue, efficiente toedeling van financiele middelen mogelijk te maken;
  • goede organisatie en bestuurlijke verankering.

DSC_0373 In de discussie benaderden diverse panelleden dat het langetermijnperspectief nauwelijks 'verkoopt'. Op de een of andere manier moeten we het probleem dichterbij brengen: het gaat niet om duurzaamheid maar de DINGEN die we bewaren; benadruk het nut dat objecten NU kunnen hebben, bijvoorbeeld voor onderwijs en onderzoek - dat argument doet wonderen bij het Amerikaanse Congress, vertelde Martha Anderson (NDIIPP).

Paul Courant, een econoom, had voor het publiek een ontnuchterende opmerking: 'Behalve de 300 mensen in deze zaal geeft geen mens om duurzaamheid." We staan weer met beide benen op de grond!

DSC_0074 Martha Anderson benadrukte dat de problematiek waar bewarende instellingen voor staan in feite teruggebracht kan worden tot twee kwesties: omgaan met de HOEVEELHEID en de COMPLEXITEIT.

Hoe breng je vraag en aanbod bij elkaar, vroeg Smith. Courant benadrukte dat we  de spelregels zo veel mogelijk in een formeel kader moeten onderbrengen, en wel een SERIEUS kader, waarin op naleving wordt gecontroleerd.

Tot zover live uit San Francisco; excuses voor typfoutjes.

foto midden: netwerken; foto onder: economie in China Town.

maandag 12 januari 2009

De 'digitale investering' - economie (en psychologie)


"Sustaining the digital investment" heet het onlangs verschenen interimrapport van de Amerikaans-Britse 'Blue Ribbon Task Force on Digital Preservation' (waarbij 'Blue Ribbon' zoiets betekent als: eersteklas), en die titel verraadt het nodige over de economische invalshoek die een groep van 17 experts uit zeer verschillende disciplines (economie, bibliotheken, archieven, bedrijfsleven, wetenschap, computertechnologie) heeft gekozen voor haar onderzoek. Ik vond het een zeer lezenswaardig rapport, niet zozeer omdat het alles :-) oplost (het is bovendien nog maar een eerste interimrapport; er volgt nog een tweede rapport met aanbevelingen), maar wel omdat het een goed overzicht geeft van wat we tot nu toe weten over de economische kant van duurzame toegang. Als je dit rapport tot je neemt, kun je dus veel voorafgaand onderzoek overslaan. Er zitten gerespecteerde schrijvers achter (o.a. Rusbridge van de DCC, Lavoie van OCLC, Anderson van de Library of Congress, Nowell van het Office of Cyberinfrastructure, econoom Courant, bibliothecaris Ayris, etc.) en die slagen erin om met de nodige afstand naar de digitale uitdaging te kijken.


Wat maakt digitale informatie zo anders?
De eerste vraag die de Task Force zich stelt is waarom we eigenlijk zo zitten te tobben: wat maakt digitale informatie anders dan bijvoorbeeld boeken waar we al eeuwen raad mee weten, of anders dan een huis waarin je investeert om daar in de toekomst rendement van te plukken (in geld of in woongenot). De Task Force noemt drie factoren: 'immediacy', 'scale', en 'uncertainty'. 'Immediacy' omdat je een huis of een boek (meestal) tien of twintig jaar kunt verwaarlozen zonder dat ze helemaal verloren gaan, maar omdat digitale informatie continu zorg vereist; 'scale' omdat de hoeveelheid waar we het over hebben ons bevattingsvermogen ontstijgt; en 'uncertainty' omdat we weten dat de technische ontwikkelingen razendsnel gaan en we daarom een periode van vijf jaar nauwelijks kunnen overzien.

Wat mij hierin opvalt is dat deze drie elementen een behoorlijke psychologische impact hebben: ze bepalen hoe je een probleem benadert en vooral de laatste twee kunnen behoorlijk intimiderend werken: help, het is zo veel en koffiedik kijken kunnen we ook al niet, waar moeten we in hemelsnaam beginnen (dus doen we maar even niks ...). Ik moest daarom denken naar wat Ian Halliday zei aan het eind van de conferentie van de Alliance for Permanent Access (p. 13, PS from the Chair): laat 'duurzaamheid' geen bureaucratisch alibi worden om maar niets te doen. Tom Wever van de ING-bank zei tijdens de DEN-conferentie iets dergelijks: het ING Datacentrum kijkt nooit verder dan vijf jaar vooruit, want je kunt toch niet overzien hoe de techniek er dan voor zal staan.

Als we er nu in zouden slagen (filosofeer ik, niet de Task Force) om de intentie om duurzaam toegankelijk te houden aan het begin, bij het tot stand komen van digitale gegevens, in het proces, in de financiering én de hoofden van mensen in te bakken, dan zouden we er toch in moeten kunnen slagen om het onderhoud dat ervoor nodig is om die digitale investering te verduurzamen in onze plannen in te bouwen, net zoals je jaarlijks onderhoud aan een huis begroot, waarbij je jaar op jaar ook bekijkt welke (nieuwe) technieken het best kunnen worden toegepast en wat het onderhoud gaat kosten.

De wetten van de economie
Maar er zijn natuurlijk nog een aantal economische wetten in het spel die de zaak compliceren. Een huis vertegenwoordigt een waarde in geld waartegen je onderhoudskosten kunt afwegen. De waarde van digitale informatie is slecht te becijferen.
Degene die onderhoud aan een huis laat doen, plukt daar zelf de vruchten van: meer woongenot of een hogere opbrengst bij verkoop. Bij digitale informatie is degene die moet investeren (vooral aan het begin van het traject: organiseren van data, metadateren) meestal niet degene die de vruchten plukt. Daarbij valt te denken aan de ambtenaar op het gemeentehuis of de onderzoeker die aan een proefschrift werkt. Het rapport van de Task Force bepleit een systeem van 'sticks & carrots' (beloningen en straffen) om die mensen te motiveren hun steen bij te dragen aan duurzaamheid. In de wetenschap zie ik daar een rol voor NWO, die de onderzoekssubsidies verleent; NWO zou het deponeren van onderzoeksdata verplicht kunnen stellen. Data-centra zouden de onderzoeker daarbij technisch kunnen ondersteunen - hoe dat zou moeten gebeuren wordt momenteel onderzocht in een SURFshare project 'Waardevolle data en diensten' onder regie van het 3TU.Datacentrum. Het Task Force rapport benadrukt overigens dat het belangrijk is om ook niet-geldelijke beloningen te gebruiken. Onderzoekers die data deponeren voor hergebruik zouden hiervoor ook inhoudelijke prestige moeten kunnen krijgen.


Bij de overheid weet ik voor het motiveren van ambtenaren die digitale gegevens produceren nog niet zo gauw een oplossing - naast de Archiefwet bestaan er tal van regelingen die aangeven hoe het moet, maar die regelingen worden vaak niet nagevolgd. We kunnen ons allemaal voorstellen waarom dat niet gebeurt: andere klussen zijn urgenter, structureel tijdgebrek, en ga zo maar door. Enkele maanden geleden sprak ik Geert-Jan van Bussel van de Hogeschool van Amsterdam. Voor hem is er maar één manier om duurzaamheid in de overheid in te bedden: zorgen dat je duurzaamheid inbed in de Records Management Systemen die ambtenaren gebruiken. Agnes Jonker van de HvA (waaronder de Archiefschool nu valt) bepleit in de Informatieprofessional van januari 2009 'algemene regie' over wat nu het 'records continuüm' bij de overheid wordt genoemd - geen scheiding meer tussen de dynamische fase en vervolgens 'statische' archivering na 20 of 50 jaar, maar misschien al duurzame opslag zodra een document tot stand komt. Wellicht kunnen we dat op den duur zelfs wel technisch mogelijk maken, zoals Philips en Microsoft doen met e-mail (zie mijn blog over de Records Management Conventie op 23 april).

Organisatie en financiering
Organisatorisch en financieel moet er het nodige gebeuren om duurzame toegang te waarborgen, concludeert de Task Force niet verrassend. Op blz. 37-42 van het rapport vat de Task Force alle studies samen die de afgelopen jaren iets hebben gezegd over de kosten van duurzame toegang. Dat lijkt erg handig, maar het leidt tot de conclusie dat er eigenlijk niets algemeens over te zeggen valt. Er zijn te veel variabelen in het spel: Wat voor informatie, welke bestandsformaten, hoe oud, hoe georganiseerd, hoe bewaard, hoe ontsloten, hoe beschikbaar, en ga zo maar door. Concrete berekeningen moeten per sector of per organisatie worden gemaakt op basis van beleidsmatige keuzes op basis van de diverse missies van organisaties, waarbij het dan ook nog een handicap is dat de kosten van duurzame toegang vaak maar moeilijk geïsoleerd kunnen worden uit het totaalbudget.

Over de financiering kan wel wat worden gezegd: heel veel financiering gebeurt tegenwoordig projectmatig, en dat is slecht voor duurzame toegang - tenzij je uit al die tijdelijke potjes weer een structureel fonds kunt vormen dat de data kan verduurzamen als het project is afgerond. Dat moet dan wel georganiseerd worden: iedere organisatie een eigen digitaal depot of alles in één datakolos bij Almere - om maar eens een paar uitersten te noemen. Opslag op grote schaal is goedkoper, dat is inmiddels wel gebleken, maar het is de vraag hoe je dat in belans kunt brengen met de doelstellingen en tradities in de veelsoortige organisaties met digitale gegevens. Efficiency, zegt het Task Force rapport, is geen kwestie van de goedkoopste oplossing, maar een kwestie van het maximale resultaat behalen met beperkte middelen. Waarbij het 'resultaat' per organisatie gedefinieerd moet worden.


De situatie in Nederland
Het rapport van de Task Force vormt goede conceptuele input voor de Nationale Verkenning Digitale Duurzaamheid die vorige week van start is gegaan met een heisessie voor het projectteam (zie foto bovenin linkerkolom en hiernaast). Het helpt ons denken over de materie. Maar om het doel van de Verkenning te bereiken (in kaart brengen hoe het in de Nederlandse publieke sector is gesteld met digitale duurzaamheid) is meer nodig, vooral veel feitenonderzoek. Tijdens de heisessie werd duidelijk dat het nog een hele klus wordt om met zo'n 3 fte in 6 maanden tijd een rapport op tafel leggen dat hout snijdt. Neem de overheid, bijvoorbeeld, hoe groot is die wel niet?

Bovendien: algemene principes zoals de Task Force formuleert zijn mooi, maar vaak beginnen de echte problemen pas als je algemene principes of wenselijkheden gaat toepassen op een werkelijke situatie met bestaande organisaties, gevestigde belangen en niet te vergeten mensen die ieder ook zo hun eigen karakter hebben. Wij van het projectteam kunnen onze borst natmaken en zullen jullie via deze blog op de hoogte houden van onze vorderingen.

(onderste foto: projectteam Nationale Verkenning studeert op de vraag hoe duurzaam digitaal Nederland is tijdens heisessie. Foto Annelies van Nispen)