Posts tonen met het label Beeld en Geluid. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Beeld en Geluid. Alle posts tonen

dinsdag 19 april 2011

Webarchivering in Nederland: de status anno 2011

overzichtsfoto
Hoe staat het ervoor met webarchivering in Nederland? ; en: Wat moeten we doen om webarchivering in Nederland beter te organiseren? – dat waren de centrale vragen die gisteren, 18 april 2011, op de rechthoekige tafel lagen van de NCDD rondetafelbijeenkomst webarchivering.
Het zal de lezer niet verbazen dat wij, ondanks de hoge opkomst en de enthousiaste discussies, vraag twee in één middag niet hebben kunnen beantwoorden. Maar de beantwoording van vraag één is voor mij een stuk dichterbij gekomen.
Omdat de NCDD een sectoroverkoepelende organisatie is, waren er deelnemers uit overheidsorganisaties (‘zorgdragers’ in Archiefwettermen), uit archieven, bibliotheken, de wetenschap, een museum, en enkele commerciële aanbieders van webarchiveringsdiensten. Omdat bovendien de insteek van de deelnemers kon variëren van conceptueel/cultuurhistorisch tot héél praktisch, had ik tijdens mijn inleiding al spraakverwarringen aangekondigd, waarna ik de voorzittershamer direct overdroeg aan René Voorburg van de KB. Ik moest immers kunnen bloggen …. ;-)

Websites archiveren is iets anders dan websites verzamelen (collectievorming)


web5In de loop van de middag kwamen we erachter dat er verschillende vormen van webarchiveren zijn, en dat die in aanpak nogal van elkaar verschillen. Daarom krijgen ze hier allebei een eigen benaming:
  • websites archiveren door overheidsdiensten (zorgdragers) is het pure archiveren conform de Archiefwet om verantwoording af te kunnen leggen over het handelen van de overheid. Het gaat hier om organisaties die hun eigen website archiveren, en dat in principe (zouden moeten) doen elke keer als de site verandert. Je moet immers kunnen aantonen wat er op 19 april 2011 aan informatie voor de burger op de site stond.
  • websites verzamelen (collectievorming) is meer een activiteit van erfgoedinstellingen zoals de Koninklijke Bibliotheek. Het doel is niet verantwoording afleggen maar om toekomstige onderzoekers te dienen met informatie over ons huidige tijdsgewricht. Het gaat hier om instellingen die (vele) websites van anderen harvesten en dat in principe één of twee keer per jaar doen.
Ik ga op allebei wat dieper in:

Websites archiveren: ‘Websites zijn archieven in de zin van de Archiefwet’


Voor wie er nog aan mocht twijfelen: er waren drie archiefinspecteurs (Esther Balkestein, Jacko de Groot en Ingmar Koch) in de zaal en een zelfstandig overheidsadviseur (Erika Hokke) en die waren het over één ding roerend eens: websites zijn archieven in de zin van de Archiefwet. En dus, zo benadrukte Maurice van den Dobbelsteen van het Nationaal Archief, hebben overheidsinstellingen (‘zorgdragers’) zelf de plicht om die te archiveren. Dat gaat het Nationaal Archief niet voor ze doen. Het NA ontfermt zich pas over websites nadat ze zijn overgedragen. Momenteel staat daar twintig jaar op, en Maurice gaf direct toe dat die overdrachtstermijn in de digitale 21ste eeuw niet meer kan. Daarom komt er nu een beweging op gang waarbij het Nationaal Archief, maar ook lokale archieven, zullen proberen invloed uit te oefenen op de productiefase van digitale documenten zoals websites, om ervoor te helpen zorgen dat ze duurzaam worden bewaard. Aan de verantwoordelijkheid van de zorgdrager doet dat echter niets af.

Maar, zo verwoordde Bente Steffenssen van de Gemeente Bergen op Zoom het dilemma van veel collega’s: ‘Ik heb een vage opdracht om webarchivering op te starten, maar ik kan nergens concrete handvatten vinden en heb dus de neiging om het voorlopig maar in de ijskast te zetten. Begrijpen jullie dat?’ Waarop Ingmar Koch (archiefinspecteur) en Maurice van den Dobbelsteen (NA) eenstemmig antwoordden: ‘Officieel mogen we dat niet begrijpen.’

Maar simpel is het niet. Jaap-Jan Bakker van het Gewest Gooi- en Vechtstreek organiseerde onlangs een marktconsultatie. Daaruit kwam als conclusie dat geen enkele commerciële aanbieder een oplossing heeft die past in de huidige manier van werken. Websites kunnen natuurlijk wel worden gearchiveerd, maar als losse objecten, niet als onderdeel van het proces dat voor verantwoording zo belangrijk is. ‘Maar’, benadrukt Ingmar Koch, ‘dan doe je tenminste iets, en alles is beter dan niets.’ In dat licht keek hij ook naar de methode die het UWV momenteel hanteert: na iedere wijziging wordt de webpagina in een Word-document gevat en gearchiveerd. Niet ideaal, maar in het kader van roeien-met-de-riemen-die-je-hebt tenminste een vastlegging.

web9
Toch moet de conclusie zijn dat er bestuurlijk nog steeds weinig aandacht is voor webarchivering, en dat er ook veel te weinig middelen en menskracht voor wordt ingezet. Marcel Prive van GWCrossmedia (o.a. Archiefweb) gaf aan dat er veel kan, maar dat organisaties vaak schrikken van de kosten. Men is gewend geld uit te geven voor fysiek beheer, maar niet voor digitaal beheer. Grote organisaties als NA, KB en NCDD doen hun best om de urgentie aan te tonen, maar dat blijft lastig.
Wat kunnen zorgdragers zelf doen? Een praktisch handvat: ervoor zorgen dat de ontwerpers van hun websites de Webrichtlijnen van de overheid kennen en toepassen. Dat voorkomt veel technische problemen achteraf. Ook het goed archiveren van het bronmateriaal voor de website is een alternatief dat kan werken.

 

Websites verzamelen: problemen met auteursrecht en kwaliteitscontrole


Organisaties die websites verzamelen vanuit een cultuurhistorisch perspectief, hebben weer andere problemen, om te beginnen het auteursrecht. Een kopie maken en die weer opnieuw ter beschikking stellen (wat deze organisaties willen) mag volgens het auteursrecht niet zonder toestemming. Er is een uitzondering voor on-site inzage, maar alle drie de aanwezige verzamelaars (KB, Nederlands Documentatie Centrum Politieke Partijen/Archipol en het Gemeentearchief Rotterdam met zijn cultuurhistorische Rotterdamcollectie) willen uiteindelijk hun verzamelingen online tonen. Zo ver is het trouwens nog niet. KB, Archipol en GAR zijn momenteel nog besloten verzamelingen. De KB gaat later dit jaar voorzichtig van start met on-site openstelling. Om zich auteursrechtelijk in te dekken, hanteert de KB een opt-out regeling: beheerders van websites krijgen een melding dat de KB ze wil harvesten. Als men dat niet wil, kan men dat aangeven. Archipol heeft overeenkomsten met de politieke partijen die geharvest worden, maar zo nodig wil men er wel toe overgaan om een naam te verwijderen uit privacy-overwegingen.


Ten behoeve van de KB-harvester voor één keer zonder mouse-over: vlnr René Voorburg (KB, gespreksleider), Marcel Prive (GWCrossmedia), Peter de Bode (KB), Peter Tervooren en Marleen Pijpelink (Atos/Archipol), en vele anderen

Zouden de instellingen erbij gebaat zijn om met zijn allen wat minder krampachtig met het auteursrecht om te gaan en zich uit cultuurhistorisch belang dezelfde rechten toeëigenen als bijvoorbeeld Google en het InternetArchive? Henk Druiven (Archipol): ‘Er is nog nooit iemand om deze reden in de gevangenis beland …’ Wellicht iets om in NCDD-verband over na te denken.
De KB harvest momenteel 3.000 websites, ca. twee maal per jaar. Op termijn moeten dat er jaarlijks 10.000 worden. Het selectiecriterium van de KB is het belang voor de Nederlandse samenleving en geschiedenis. Dat is, zoals bij alle cultuurhistorische verzamelingen, een subjectieve keuze van de verantwoordelijke medewerkers (w.o. Peter de Bode, foto boven). De KB probeert geen websites te verzamelen die elders worden opgenomen (Rotterdam, Archipol). Andere landen, zoals Frankrijk en Zweden, doen hele domeinharvests. De KB acht dat organisatorisch en financieel voor Nederland niet haalbaar, ook al omdat het .nl-domein naar schatting 4 miljoen urls domeinnamen  heeft [met dank aan Bob Coret voor de correctie].

De na'zit': vlnr René Voorburg, Trudie Stoutjesdijk (KB), Vincent Robijn (GAR) - en met NCDD-boekje
Het harvesten van duizenden websites van onbekende makelij levert technisch veel problemen op. Daarom worden alle harvests handmatig gecontroleerd. Als bijvoorbeeld de plaatjes niet zijn meegekomen van een kunstenaarswebsite, wordt de harvest afgekeurd. In internationaal verband werken de o.a. de KB en het NA aan manieren om dit werk (deels) te automatiseren.

Andere meer op cultuurhistorie gerichte instellingen die aanwezig waren oriënteren zich nog. Beeld en Geluid onderzoekt momenteel diverse scenario’s voor websites verzamelen, in eerste instantie de websites van de omroepen, maar ook audiovisueel materiaal in breder verband, en social media. Dat is heel dynamische content, die men diep zou willen verzamelen, en er zijn nog geen kant-en-klare oplossingen voor het harvesten en weer beschikbaar stellen. Ook auteursrechtelijke aspecten moeten nog bekeken worden.

Het Friese Tresoar werkt samen met de KB bij het selecteren van Friese websites. Het NIOD beheert een aantal websites en laat er enkele door de KB harvesten. Technisch bleek het niet mogelijk ze allemaal bij de KB onder te brengen.

 

Duurzaamheid nog een groot technisch probleem


waybackDe KB, Archipol, diverse zorgdragers, het GemeenteArchief Rotterdam en diverse commerciële aanbieders zijn nu in staat om de meeste websites binnen te halen.  De KB gebruikt voor het harvesten de Web Curator Tool, een open-source schil rond de Heritrix software. Voor de beschikbaarstelling gaat de KB de Wayback Machine van InternetArchive gebruiken. Dat gaat allemaal goed zolang het html-pagina’s betreft. De harvestingsoftware kan (nog) niet omgaan met plug-ins en Javascript, en bijvoorbeeld de mouse-overs die ik in deze blog gebruik.
De duurzaamheid is ook nog een onopgelost probleem voor alle harvesters. Het is onbekend hoe de websites eruit zullen zien in de browsers van de toekomst. En dan zijn er vragen rondom migreren of emuleren. De techneuten zijn er nog lang niet uit hoe dat georganiseerd moet worden. De KB en het NA nemen deel aan internationale projecten om dit nader te onderzoeken (Dioscuri, Keep), maar concrete handvatten zijn nog niet ontwikkeld. Daarvoor is nog veel meer research nodig. En meer overleg tussen de NCDD-techneuten onderling (daar wordt aan gewerkt).
Overigens is die duurzaamheid ook internationaal nog een probleem. Het InternetArchive, bijvoorbeeld, heeft een onzekere financieringsstructuur en ook de backupstrategie is niet ideaal (zie o.a. mijn verslag van de PrestoCentre-conferentie en Brewster Kahles bijdrage daar).

web12

 

Hoe gaan we webarchiveren/webverzamelen verder organiseren?


Het is niet gemakkelijk om echte conclusies te trekken uit zo’n eerste verkenning van het landschap in Nederland. De bijeenkomst leverde vooral het nodige inzicht op in de huidige situatie: de verschillende vormen van webarchivering, de verantwoordelijkheid van de zorgdragers, het feit dat helaas niemand nog het Ei van Columbus heeft ontdekt en dat webarchivering vooralsnog een zeer experimentele activiteit is.
Er kwamen wel een aantal duidelijke wensen op tafel richting NCDD en de NCDD-partners:
  • Maak en publiceer een overzicht van wat waar verzameld/gearchiveerd wordt en waar het beschikbaar is
  • Werk aan de urgentie bij bestuurders en het Ministerie
  • Breng meer kennis naar buiten; help kleine instellingen met adviezen en handvatten
  • Kleinere instellingen accepteren hun verantwoordelijkheid, maar denken dat research & development vooral van de grote spelers moet komen en dat instellingen als de KB ook diensten zouden moeten kunnen bieden aan derden, al dan niet tegen betaling.
web13Wat die laatste twee betreft kwam ik even uit mijn rol als blogger om aan te tekenen dat ze een altijddurend streven zijn van de NCDD, maar dat het in de praktijk lastig blijkt om vraag en aanbod qua kennis goed te koppelen. De bezuinigingen slaan ook toe bij de NCDD-partners, en dat betekent dat er minder personeel beschikbaar is om de eigen organisatie draaiend te houden en research te doen. Voor het ontwikkelen van kennis/diensten voor derden is er momenteel domweg niet genoeg capaciteit … Wat allemaal niet wegneemt dat de NCDD er naar blijft streven om een landelijke infrastructuur voor duurzame toegankelijkheid te bouwen, en vooral aan de achterkant, in de back office, samen te werken om het allemaal wat minder duur te maken. Alleen vanwege de bezuinigingen in een trager tempo dan we vorig jaar hoopten.

 

Ten slotte


Met dank aan Ingmar Koch en Petra Links: Het is waar dat we nog lang niet alles hebben opgelost, maar als je niets doet ben je er zeker van dat je alles verliest. Ook met beperkte middelen kunnen we al heel wat verlies aan informatie voorkomen, dat hebben we vanmiddag gezien.

Zie ook het verslag van Ingmar Koch op zijn blog.

zondag 20 maart 2011

Screening the Future (3): verslag (slot)

(vervolg van blog1 en blog2) -- Er waren ook bijdragen die wat minder uit de verf kwamen. Seamus Ross, die jarenlang de motor was achter veel Europese projecten, ging in op het begrip vertrouwen: hoe weten we dat een archief goed voor de data zorgt? In zijn antwoord kwam Ross niet veel verder dan de antwoorden die we al een poosje kennen: controles (audits) met behulp van gereedschappen als TRAC en Drambora. Nu is er altijd veel kritiek op TRAC, omdat het duur en zeer omslachtig is, en die kritiek klonk ook hier weer. KB-collega Barbara Sierman, zelf betrokken bij de ontwikkeling van TRAC, vindt die kritiek een beetje overdreven. Natuurlijk is zo'n audit een flinke klus, maar als je je zaken goed (lees: professioneel, zakelijk) georganiseerd hebt, dan zou de gevraagde informatie gewoon beschikbaar moeten zijn.

p11Ross vond overigens dat authenticiteit en integriteit wel taken van een archief zijn, maar betrouwbaarheid niet (zie ook het verslag van 'The Real Thing' uit 2010 hier en hier; Chido Houbraken zal dat met hem eens zijn). Maar, werd er gevraagd, ben je als archief dan helemaal niet verantwoordelijk voor de betrouwbaarheid van wat je binnen krijgt? Ross: Door je ingest zoveel mogelijk te automatiseren kun je de risico's wel kleiner maken, maar het blijft een lastige, vooral in dit tijdperk van digitaal mixen en mashen.

Een andere bijdrage die teleurstelde was die van Atoine Aubert van Google. Een brave opsomming van wat Google doet, en dus wat we al weten. De zaal vroeg of Google ook iets aan duurzame toegankelijkheid gaat doen, bijvoorbeeld ten aanzien van YouTube waaraan per minuut maar liefst 35 uur aan videomateriaal wordt toegevoegd. Het antwoord: iets vaags over samenwerken met publieke organisaties, te vertalen als: nee dus. Die klus zullen we als publieke organisaties moeten (blijven) klaren.

 

p14Paul Miller: 'The pieces of the puzzle are falling into place’

De linked data c.q. het semantisch web (zie voor uitleg eerdere blog) mochten niet ontbreken. Paul Miller van Cloud of Data bracht linked data in verband met de enorme hoeveelheden data waar we mee te maken hebben (presentatie). Vaak worden die beschreven als een zondvloed, een 'deluge', maar, aldus Miller, 'It doesn't have to be that way'. 'The language of catastrophe is not helpful', ging hij verder, het is beter om te denken in termen van kansen. Dat klinkt mooi, maar is het ook werkbaar? Volgens Miller wel, want er komen steeds meer tools beschikbaar die de schaal van het internet aan kunnen, en ook steeds meer opslag en rekenkracht die daarmee om kan gaan.

p13cloudHet concept van het semantisch web, dat al dateert uit 2001, leek lange tijd misschien een nogal duur experiment, maar langzamerhand beginnen alle stukken van de puzzel in elkaar te vallen en kunnen we met RDF (zie eerdere blog) op grote schaal de verbindingen leggen die het web eindelijk de vorm en de diepte geven zoals de uitvinder van internet, Tim Berners-Lee, het eigenlijk heeft bedoeld. Zo ver zijn we nog niet, want in de Open Data cloud (zie eerdere blog) zijn de meeste links nog slechts eenrichtingsverkeer, maar het klinkt veelbelovend. Miller had een kanttekening bij de manier waarop veel erfgoedinstellingen de zaak tot nu toe hebben aangepakt: omdat er in de 90er jaren relatief veel geld was, zijn ze zelf dure oplossingen gaan verzinnen. Miller gelooft niet dat we die kant op moeten, want commerciële aanbieders zullen altijd veel meer geld hebben. En hij speculeerde dat we misschien de archieffunctie en de toegankelijkheidsfunctie moeten gaan scheiden om het allemaal werkbaar te houden. Dat is zeker iets om over na te denken.

Dinsdagochtend was er een masterclass over digitaliseringsworkflows die ik helaas moest missen, maar die voor deze blog ook minder interessant is. Hoewel: het viel Barbara Sierman van de KB (die de sessie wel volgde) weer eens op dat mensen die digitaliseringswerk doen vaak totaal niet nadenken bij de langetermijneffecten van de vele beslissingen die ze nemen. Daar valt nog veel te verbeteren, in de relatie tussen archieven en producenten van digitaal materiaal, het zij maar weer eens benadrukt!

 

p11_1Matthew Addis en Richard Wright:

'Cost, risk, loss and other fun things'

Toen iedereen al bijna moegestreden was, kwam er nog een inhoudelijke uitsmijter die er niet om loog. Richard Wright van de BBC maakte een eind aan de spraakverwarring digitalisering/digitale duurzaamheid (zie begin vorige blog) en introduceerde het PrestoCentre waar het allemaal om begonnen was. Hoewel Wright aangaf dat naar schatting 80% van al het werk in het audiovisueel domein momenteel nog zit in het omzetten van analoog materiaal naar digitaal (digitaliseren), is PrestoCentre al helemaal gericht op research & development in duurzaam beheer van audiovisueel materiaal, het echte digital preservation, maar uiteraard, en daar is PrestoCentre ook op gebaseerd, aangedreven door de noodzaak om toegang te bieden. Geen digitale duurzaamheid, dus, maar duurzame toegankelijkheid.

Wright: 'We are used to coping with losses in the audiovisual domain. We just have to learn to deal with new kinds of loss in the digital age.' De categorieën van conserveringsproblemen zijn wel hetzelfde gebleven, alleen is de invulling nu anders:

  • Handling, packaging and storing: in het digitale tijdperk zijn dat de fixity checks, de wrapper formats, de meegeleverde metadata, en de digitale opslag
  • Environmental conditions: in het digitale tijdperk zijn dat ook alle procedures, sociale en politieke factoren die een betrouwbaar digitaal archief bepalen (zie TRAC, Drambora);
  • Protecting the masters: ook in het digitale tijdperk heeft AV materiaal te maken met toegangskopieën om de masters te beschermen
  • Condition monitoring: in het digitale tijdperk is dat niet alleen controle van de fysieke opslagmedia, maar ook van de bits en de bytes, de inhoud.

Vervolgens aan Matthew Addis (IT Innovation) de eer om een soort inhoudsopgave te geven van wat PrestoCentre nu allemaal al aan informatie te bieden heeft. Op zeer relaxte toon jaagde hij er voor mijn gevoel honderden dia's door - op slideshare bleken het er 'maar' 99 te zijn. De rapporten met de details kun je vinden in de library van PrestoCentre, die op onderwerp en daarna op alfabet (is dat handig?) is georganiseerd. Voor deze blog is vooral preservation planning van belang, en voor de presentatie dit rapport van Addis en Wright. Alles speelt zich af in een driehoek  kosten - risico's - kansen, die steeds weer met elkaar in balans moeten worden gebracht. Hier een paar belangrijke punten:

Over de kosten

Het is natuurlijk voor onze boekhouders en financiers gekmakend dat we nog steeds niet weten wat het allemaal gaat kosten. Ook PrestoCentre analyseerde de bekende kostenmodellen (zie ook de blog over de NCDD-bijeenkomst vorig jaar) en kwam er niet helemaal uit. We weten allemaal dat de kosten voor opslag sterk dalen, maar er zijn indicaties dat de Total Cost of Ownership (TCO – niet alleen opslag maar ook bijv. je kosten voor verwerving (ingest)) veel minder daalt dan de kosten voor opslag, en die TCO is uiteindelijk veel belangrijker. Om de kosten op termijn te kunnen beheersen, werd o.a. door PrestoCentre projectmanager Jeff Ubois verwezen naar het endowment-model: je betaalt aan het begin van de rit een vast bedrag dat in een fonds wordt gestort, waarna het onderhoud tot in lengte van jaren uit de renteopbrengsten kan worden betaald. Dat houdt de financiële verplichtingen behapbaar. Maar hoeveel zou je dan moeten storten voor eeuwigdurend databeheer? Er zijn inmiddels drie heel voorlopige schattingen, per terabyte per jaar: InternetArchive: $2.000; Princeton: $6.000; PrestoCentre: $4.000. Dit zijn natuurlijk bloedlinke cijfers waar je vele vraagtekens bij kunt zetten en die we voorlopig ook maar niet aan onze financiers moeten laten zien, maar het is een begin van theorievorming. (Overigens vindt David Rosenthal deze benadering niet realistisch, maar dat terzijde).

p17Over de risico's

Addis: 'No one size fits all.' Maar je kunt alleen al in je IT-beheer 37 risico's identificeren (en laten we Rosenthal niet vergeten, die op dag 1eind van blogpost nog wat ellende toevoegde). Je zou er ontmoedigd van raken, maar het is natuurlijk waar dat je er pas iets aan kunt doen als je de risico´s hebt onderkend. Dit stuk van het PrestoPrime werk zag er professioneel en gedegen uit - wie er in de praktijk mee te maken krijgt moet deze PrestoPrime tools zeker eens goed bekijken, niet alleen de problemen natuurlijk, maar ook de oplossingen; de afwegingen tussen risico's en kosten moet ieder voor zich maken. Het is natuurlijk ingewikkelde materie - en wie dat allemaal echt te moeilijk vindt, kan eens beginnen bij de vuistregels van Rosenthal op dag 1, eind van de post; daar staan al veel belangrijks in.

Aan het eind van de conferentie probeerde dagvoorzitter Bernard Smith erachter te komen of alle Grote Vragen die aan het begin van de conferentie waren gesteld ook waren beantwoord: What are we preserving? How can we fund our future? Where do AV archives meet IT? How can we valorise our archives? How will we keep our archives in good shape? Dat zijn me dunkt nogal vragen en het is daarom geen wonder dat de zaal, vermoeid en met hoofden stampvol nieuwe informatie, veel antwoorden schuldig bleef. Wat mij betreft was de belangrijkste vraag die we nader moeten oppakken is:What are we preserving? Diverse sprekers constateerden dat de traditionele instellingen en mechanismes niet zijn ingericht op wat er vanaf internet op ons af komt. Het is niet alleen veel, maar het loopt ook allemaal dwars door elkaar en veel informatie valt tussen wal en schip omdat er geen organisaties zijn die zich er verantwoordelijk voor voelen - zoals het eerder genoemde voorbeeld van YouTube. Maar er is nog zo veel meer waar we het over moeten hebben. Ook in Nederland.

p15

De presentaties komen stuk voor stuk beschikbaar via PrestoCentre; meer foto's op flicker. Er is ook een videoregistratie voor wie alles in detail (nog eens) wil horen.

Rest bij mij de vraag hoe al die grote Europese RenD projecten zich tot elkaar verhouden. We hebben nu de Open Planets Foundation, die het werk van Planets voortzet (vooral bibliotheken en archieven), PrestoCentre, het competence netwerk dat het werk van de Prestoprojecten wil consolideren en uitbouwen (vooral AV), en we hebben sinds kort APARSEN, het network of excellence (‘kenniscentrum’ is blijkbaar een verouderde term) rond de Alliance for Permanent Access (met name bibliotheken en onderzoeksinstellingen). Natuurlijk zijn al die initiatieven in verschillende domeinen ontstaan, maar juist waar het om techniek gaat, hebben alle domeinen steeds meer te maken met dezelfde uitdagingen. AV-materiaal komt overal voor, ook bij archieven, bibliotheken en onderzoekscentra; en er zal geen domein zijn waar geen .jpegs voorkomen. Ook de kostenmodellen overlappen, en ga zo maar door. Daar moeten we het in Tallinn, tijdens de Aligning National Approaches to Digital Preservation conferentie, op 23-25 mei a.s., maar eens goed over hebben.

woensdag 16 maart 2011

Screening the Future (2): het verslag

De bijeenkomst Screening the Future 2011 was uitverkocht (zelfs overboekt, aldus Jan Müller van Beeld en Geluid in zijn openingswoord), en het ‘competence centre’ voor audiovisueel (AV) materiaal PrestoCentre is gelanceerd (zie foto in blog gisteren). Twee bomvolle dagen met goede sprekers, veel informatie en goede netwerkkansen. Voor ik verslag doe, een paar algemene indrukken.

Het audiovisueel domein

Het audiovisueel domein heeft nooit de luxe gekend van informatiedragers die jaren- of zelfs eeuwenlang meegaan en zonder machines bekeken kunnen worden. Migraties van het ene medium naar het andere zijn daarom niks nieuws, van nitraat naar acetaat, enzovoorts. Misschien dat daarom de spraakverwarring digitalisering/digitale duurzaamheid juist hier nog steeds hoogtij viert. Dat was te merken. Zelfs Commissievertegenwoordiger Javier Hernandez Ros trapte in de valkuil met zijn dia’s – en dat zal zichtbaar worden als die worden gepubliceerd op de site van PrestoCentre (link volgt). Daarom citeer ik meteen maar even Richard Wright van de BBC die het op dag 2 nog eens expliciet moest uitleggen: digitalisering is een eenmalige actie (omzetten van analoog naar digitaal), ‘digital preservation’ (duurzame toegankelijkheid) is een continu proces, een conserveringszorg ‘that never ends’.

p6Ook opvallend: dit is vooral een domein van mannen in pakken (het spijkerjack in de foto rechtsboven is van Mette van Essen van het Nationaal Archief). Dit is het terrein van grote instellingen als de BBC, de RAI (Italië), ORF (Oostenrijk) en INA (Frankrijk). Er heerst een zakelijke sfeer en dat merk je ook aan de aanpak van bepaalde onderwerpen, zoals risico-analyse. Dat wordt stevig en professioneel aangepakt (waarover later meer).

De VIPs: van Kranendonk en Hernandez Ros

De enige (!) vrouwelijke spreker tijdens de bijeenkomst was Judith van Kranendonk, Secretaris-Generaal Cultuur en Media bij OCW, die de VIP-openingstoespraak mocht doen – met zoals verwacht veel aandacht voor Beelden voor de Toekomst en Europeana. Ik was blij dat ze de nodige aandacht besteedde aan de enorme uitdaging om al dat moois (BenG alleen heeft al 15 petabyte) ook op lange termijn in de lucht te houden. Ze zei dat kleine instellingen soms klagen dat ze niet de middelen hebben om die klus te klaren, maar dat ook grote instellingen daarmee worstelen. Heel terecht, want daar wordt nog al eens te gemakkelijk over gedaan. EC-vertegenwoordiger Javier Hernandez Ros benadrukte ook de centrale rol van Europeana, zoals die recentelijk werd onderstreept door het rapport ‘The New Reaissance’ van het Comité des Sages, dat spreekt over een morele verplichting om erfgoed te bewaren, en dat de kosten van het digitaliseren van al het Europese erfgoed schat op een slordige 100 miljard euri. Verder toonde Hernandez Ros de overvolle slides met projecten, Framework Programmes (FPs) en miljoenen die EC-vertegenwoordigers altijd laten zien. Dan duizelt het me altijd. Want het lijkt dan allemaal heel veel, maar in de praktijk is de impact toch nog best gering. Zeker als je denkt aan die 100 miljard van het Comité des Sages.

p8Peter Kaufman:

‘AV takes the lead in recording our history and our culture’

p7Voor wie er nog aan mocht twijfelen had Peter Kaufman van Intelligent Television – Video for Culture and Education een duidelijke boodschap: de geschiedenis van deze tijd wordt vooral vastgelegd in audiovisueel materiaal. Met mooie visuele voorbeelden liet hij zien hoe onze werkelijkheid audiovisueel gestalte krijgt, gemixt en gemasht wordt. We hebben geen tijd te verliezen als we de dag van vandaag willen vastleggen en behouden voor de toekomst. Maar laat nu juist het audiovisuele domein, vooral op internet, de zwakke plek zijn van traditionele erfgoedinstellingen … ! Ook in NCDD-verband hebben we daar nog veel te weinig voortgang geboekt – we maken 18 april pas een begin met een rondetafelbijeenkomst webarchivering. Kaufman had vijf aanbevelingen voor PrestoCentre: 1) betrek het grote publiek erbij; 2) gebruik alles wat de technologie te bieden heeft; 3) zorg voor heldere afspraken ten aanzien van rechten (probeer dat zoveel mogelijk te automatiseren); 4) werk nauw samen met de producenten [dat blijft zo ontzettend belangrijk! – IA]; en 5) werk samen met de private sector [misschien is dat in Amerika iets anders dan in Europa – IA]. En ten slotte had Kaufman nog een bonusaanbeveling: ‘Work with Americans’, want die zijn praktisch. Dat laatste kan ik alleen maar beamen, het enthousiasme en pragmatisme van de Amerikanen werkte ook tijdens deze bijeenkomst weer aanstekelijk. Neem nu:

p1

Brewster Kahle: ‘It’s Doable’

Brewster Kahle (spreek uit: keel, op z’n Nederlands) is de oprichter van het beroemde Internet Archive in San Francisco, waar niet alleen 150 miljard webpagina’s zijn verzameld en toegankelijk gemaakt met de Way Back Machine, maar ook bijna 500.000 films, 90.000 live concerten, 800.000 audio-opnames en 2,7 miljoen tekstdocumenten. Per dag komen daar 2 miljoen gebruikers op af. Dui-ze-ling-wek-ken-de aantallen. Maar juist aan die duizelingwekkenheid, die ons zo vaak overvalt als we het over duurzame archivering van internetbronnen hebben, heeft Brewster lak. Het is mooi dat het Comité des Sages heeft becijferd dat het digitaliseren van Europa 100 miljard euri zou kosten, maar, zegt Brewster, daar hebben we niks aan, dat bedrag komt er nooit. Het is veel beter om te kijken naar wat je kunt doen met de middelen die je hebt. Het Internet Archive draait op 10 à 15 miljoen dollar per jaar, op 50 vaste medewerkers en 150 mensen elders die digitaliseringswerk doen. Dat kan alleen maar als je heel creatief met je middelen omgaat. En dat kunnen ze bij het Internet Archive. Uiteraard heeft men het ook daar moeilijk met uitgevers die rechten doen gelden op hun materiaal. En dus experimenteert het Internet Archive met ‘digital lending’, zoals een bibliotheek dat zou doen. (Kahle: ‘That system has worked pretty well for a long time.’) Ook laat het Internet Archive zich betalen door bibliotheken die materiaal online willen zetten (Kahle: ‘Getting paid to give things away is a great business model’). Ook pleit Kahle voor zo veel mogelijk automatiseren én voor grootschalige samenwerking om de kosten in de hand te houden. (Kahle: ‘We need large-scale worldwide swap agreements’, hoewel: ‘Egowise it is hard to take our own stuff and bring copies elsewhere’).

p9David Rosenthal: ‘How Few Copies Do We Need?’

Zo’n zelfde soort enthousiast pragmatisme leidde bij de Universiteit van Stanford tot de oprichting van LOCKSS: Lots of Copies Keep Stuff Safe. Alleen de naam al. Op basis van samenwerkingsovereenkomsten brengen bibliotheken kopieën van hun materiaal onder bij elkaar om het zo te beschermen tegen de bekende digitale risico’s. Momenteel werkt LOCKSS met ca. zeven kopieën van ieder object. David Rosenthal van LOCKSS, die in deze blog al vaak genoemd is in het kader van het debat migreren-of-niet-migreren, deed voor het programma onderzoek naar risicofactoren. Extra kopieën kosten extra opslagruimte en dus extra geld. Met hoe weinig kopieën zou je toe kunnen zonder het materiaal in gevaar te brengen?

Het hele verhaal is te vinden op Davids blog, dus geef ik hier alleen de belangrijkste conclusies. De eerste is dat 100% garanties niet bestaan. Rosenthal: ‘The media is imperfect and will remain imperfect.’ Er zal hoe dan ook materiaal verloren gaan, wat je ook doet. Door meer geld in beheer c.q. kopieën te steken kun je de risico’s wel verkleinen. Na talloze berekeningen (zie zijn blog), kon David nog steeds geen exacte verhoudingen geven tussen risico’s en kosten. Maar wel kwam hij tot een aantal vuistregels, waarbij de eerste het meeste effect zal hebben en de laatste het minste:

  1. Hoe meer kopieën, hoe veiliger
  2. Hoe minder verband tussen de kopieën, hoe veiliger
  3. Hoe betrouwbaarder de kopieën, hoe veiliger
  4. Hoe sneller fouten worden opgespoord en verholpen, hoe veiliger
  5. Hoe minder compressie, hoe kleiner eventuele schade.

Rosenthal had het ook over de risico’s die data lopen, en gaf een mooie vergelijking tussen wat de meeste mensen denken, en wat de ervaring is van grote datacentra (Davids blog). Wat men denkt: media onbruikbaar; hardware onbruikbaar; software onbruikbaar; netwerkproblemen; veroudering van soft- en hardware; natuurrampen. Wat de ervaring is van grote datacentra: fouten door medewerkers; aanvallen van buiten; aanvallen van binnen uit; gebrek aan middelen (geld, mensen); organisatorische problemen (organisatie houdt op te bestaan, etc.).

Me dunkt genoeg voer om even over na te denken. Wordt vervolgd in de volgende blog.

maandag 14 maart 2011

Screening the future (1): de nulblog

Vandaag dag 1 van ‘Screening the future’, de conferentie bij gelegenheid van de lancering van het Europese ‘competence centre’ voor audiovisueel materiaal, PrestoCentre, bij Beeld en Geluid in Hilversum. Hier de lancering van PrestoCentre; morgen volgt het verslag.


Jan Müller, Beeld en Geluid (tweede van rechts), bij de lancering van PrestoCentre: ‘I am known as an access guy, but I am also a preservation guy, and I am proud of it.’

maandag 10 januari 2011

Niet missen: conferentie PrestoCentre (audiovisuele archieven)

Overal om me heen zie ik hoe reisbudgetten worden gekort of zelfs helemaal worden geschrapt. Dat betekent dat de mogelijkheden om kennis in het buitenland op te doen dit jaar beperkt zullen zijn. Reden te meer om maximaal gebruik te maken van evenementen die in Nederland worden gehouden. Op 9 mei komt het International Internet Preservation Consortium (IIPC) naar Den Haag met een open conferentie. Informatie daarover volgt zodra die beschikbaar is.
Op 14 en 15 maart organiseert het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid in Hilversum een internationale conferentie rond de lancering van PrestoCentre, het Europese netwerk voor kennisdeling rond audiovisuele archivering. De line-up is indrukwekkend, bekende sprekers uit de hele wereld. En de kosten zijn beperkt (als je vóór 1 februari boekt, kost het maar 100 euro voor twee dagen). De website van Screening the Future 2011 is inmiddels in de lucht. Boeken, zou ik zeggen – ik heb het goede voorbeeld inmiddels gegeven ;-).

vrijdag 19 november 2010

‘The Real Thing’ (2): conclusies over authenticiteit

aaapauzebis Wat hebben we overgehouden uit de bijeenkomst bij Beeld en Geluid afgelopen donderdag? Ik doe een poging tot een samenvatting:

1. Authenticiteit is geen zwart-witkwestie

In het digitale tijdperk, en zeker in het audiovisuele domein, is authenticiteit méér dan een zwart-witkwestie. Er zijn allerhande gradaties mogelijk, zie het schema van Wright in de vorige blog. Dat maakt het er allemaal niet gemakkelijker op, ‘maar wel boeiend’ (aldus Gaby Wijers van het NIMk). Je kunt ook uit veel perspectieven naar authenticiteit kijken: bewijsrechtelijk, ethisch, en ga zo maar door. Daarmee is het een dynamisch begrip.

2. Authenticiteit zit zelden in de bitstream zelf

Een middeleeuwse oorkonde met zegels eraan bewijst zijn eigen authenticiteit. In het digitale tijdperk is dat niet meer denkbaar. De bitstream kent geen handtekening of zegels.

3. Authenticiteit draait om de vraag: is het ding wat het beweert te zijn?

Er zijn vele definities voor authenticiteit: OAIS, TRAC, PREMIS, NEN 2082 en de Archiefterminologie 2007. Maar waar ze allemaal op neerkomen is de beantwoording van de vraag: is het ding wat het beweert te zijn?  Voor NEN 2082 hoort daarbij dat de persoon (die schrijft, mailt, etc.) degene is die hij zegt te zijn en dat het vermelde tijdstip klopt. In creatieve kringen wordt, zeker audiovisueel, veel nep geproduceerd. Ik zag tijdens Economies of the commons een mooie clip langskomen van internationale politieke kopstukken die samen een maf liedje zongen. Daar is helemaal niets mis mee, zolang er maar bij verteld wordt dat het nep is. Zo’n object is ‘true to itself’, en dus authentiek. Kijk maar eens naar dit filmpje waarin Joseph Pine uitleg geeft over de vierhoek real fake – fake fake – fake real – real real.

fakereal4. Authenticiteit in het digitale tijdperk is context

De archiefterminologie 2007 heeft het over ‘een controleerbare wijze van vorming, overlevering, bewaring en raadpleging’, en ik denk dat in die opsomming de kern ligt van authenticiteit in het digitale tijdperk – en tegelijkertijd De Uitdaging voor iedere archivaris: als de bitstream zelf geen antwoord kan geven op de authenticiteitsvraag, moet het antwoord uit de context komen. Een archivaris die authenticiteit wil aantonen van digitale objecten, moet kunnen bewijzen waar het object vandaan komt, wie het beheerd heeft. Welke voorzorgsmaatregelen steeds zijn genomen om te voorkomen dat er ongeautoriseerd mee geknoeid is. Welke controles er zijn uitgevoerd, welke migraties hebben plaatsgevonden.

vlnr Gaby Wijers (NIMk), Harry Romijn (AVA_net), Annemieke de Jong (BenG, projectleider Kennisbank) en Jan Müller (Beeld en Geluid) Dit heeft drie belangrijke praktische consequenties:

a) de administratie moet op orde zijn. Iedere handeling met een digitaal object zou idealiter moeten worden gedocumenteerd en in de metadata opgeslagen, in de submission information packages, de archival information packages en de dissemination information packages uit het OAIS-model (dat trouwens maar bekend was bij iets meer dan de helft van het publiek dat donderdag bij Beeld en Geluid zat, zo bleek bij handopsteken – zie uitleg bij de TaskForce Archieven).

b) als je authenticiteit wilt waarborgen moet je werken met betrouwbare partners, zowel in de productiefase als de daarop volgende fases van (tijdelijk/langdurig) beheer en beschikbaarstelling. En je moet eisen stellen aan de objecten die je opneemt, dat daarbij ook de nodige informatie wordt meegeleverd.

c) dit pleit voor korte lijnen tussen alle betrokkenen. Je wilt voorkomen dat er breuken ontstaan in de continue zorg voor digitale informatie.

En verder …

. . . sprak Richard Wright wijze woorden: ‘Don’t give up. Things go wrong but they can and will be fixed’;

. . . vindt Chido Houbraken (adviseur archieven) dat authenticiteit bij de KB iets anders is dan bij het Gemeentearchief Rotterdam, maar dat Beeld en Geluid zich kwalificeert als e-depot in de termen van Eisen Duurzaam Digitaal Depot (ED3);

. . . citeerde Jan Müller (directeur Beeld en Geluid) met genoegen Neelie Kroes, Europees Commissaris voor de Digitale Agenda, die onlangs nog zei: ‘Audiovisual archives should remain available for everybody forever.’

aaHetgaateromspannenbis

Foto links: De middagdip werd bestreden met een petje-op-petje-af quiz over audiovisuele media, gemaakt door Harry Romijn (AVA_net) en gepresenteerd door Jan Müller (BenG). Halverwege dreigde een impasse te ontstaan, omdat helemaal voorin de zaal experts bij uitstek Richard Wright (BBC) en Kara van Malssen (American Archive) (staand met pet) alle antwoorden kenden en de andere overlevenden hun voorbeelden rustig konden volgen. Gelukkig zorgden de simultaanvertalers voor wat verwarring, zodat Wright en Malssen – zeer tegen hun zin! – toch afvielen. De quiz werd gewonnen door Servaas Bollen van het Muziekcentrum Nederland, die op de knop mocht drukken waarmee de AVA_net Kennisbank officieel werd gelanceerd.

Overigens had Harry Romijn voor-het-geval dat een pittige shoot-outvraag voorbereid. Hoeveel videorecorders exporteerde Japan in 1990? En hoeveel in 2000?

Het atrium van Beeld en Geluid in de steigers - binnenkort wordt hier vandaan de Top 2000 uitgezonden

woensdag 17 november 2010

‘The Real Thing’ (1): authenticiteit en AV media

Welke is de meest authentieke Mona Lisa?Over authenticiteit, of, in het Engels, ‘The Real Thing’ c.q. in het Amerikaans, ‘The Real McCoy’, valt het nodige te zeggen. Dat bleek vandaag tijdens een vakseminar dat Beeld en Geluid en AVA_net organiseerden ter gelegenheid van de lancering van de AVA_net kennisbank. Neem nu deze twee Mona Lisa’s (foto rechts). Welke is authentieker? Léontine Meijer van de Reinwardt Academie legde het publiek uit dat de linkerversie die van het Louvre is en de rechter de versie die zou zijn ontstaan als het schilderij beheerd zou zijn door het British Museum, waar ze een ander beleid hebben t.a.v. vernissen. Om het maar simpel te houden. Zo zijn er ook archiefwettelijke aspecten aan authenticiteit, kunsthistorische, ethische, filosofische, en ga zo maar door.WorkshopArchiefrechtelijkeAuthenticiteitdoorChidoHoubraken In het digitale tijdperk wordt authenticiteit er niet makkelijker op, dat werd wel duidelijk. Chido Houbraken liet een middeleeuwse oorkonde zien waarin de authenticiteit opgesloten lag, door middel van de zegels die eraan hingen. Dat is nog eens overzichtelijk. Helemaal aan het andere eind van het spectrum kwam de presentatie van Gaby Wijers uit, van het NIMk, het Nederlands Instituut voor Mediakunst. Wat is de meest authentieke versie van een videokunstwerk? En wie bepaalt wat authentiek is? Wat gebeurt er als de afspeelapparatuur die een essentieel onderdeel is van het kunstwerk, niet meer beschikbaar is? Mag je het kunstwerk dan migreren of moet je het als verloren beschouwen?

Richard Wright van de BBC kwam met een denkkader: authenticiteit voor audiovisuele producten in gradaties (en Harry Romijn van AVA_net liet al snel zien hoe lastig het is om de fases van elkaar te onderscheiden n.a.v. een fragment loopgravenoorlog uit de Eerste Wereldoorlog dat boogt op authenticiteit, maar dat deels uit cinemabeelden blijkt te bestaan en deels uit echte oorlogsvoering die wel even is nagespeeld voor de camera omdat het anders te gevaarlijk was voor de filmploeg …).
Het kader van Wright:

Richard Wright met een niet uitgekomen voorspelling van de uitvinder van de film

Authenticiteit 1 is de originele gebeurtenis. Niks aan te doen. Is wat het is. Of was. Bij AV-materiaal bestaat zoiets, bij een boek niet. Een boek is altijd iets over Fase 1.

Authenticiteit 2. De eerste registratie van A1. Met 1 mechanisch oog en 1 microfoon op 1 medium.

Authenticiteit 3. De nieuwe master. De inhoud wordt losgemaakt van de eerste registratie en op een andere drager gezet. In het analoge tijdperk leidde dit altijd tot extra ruis, maar in het digitiale tijdperk kan dit in theorie een exacte kopie zijn. Helaas is de praktijk weerbarstiger (compressie, weergavefouten, etc.).

Een volle zaal bij Beeld en GeluidAuthenticiteit 4. Kopieën van A3, de nieuwe master. Toegangskopieën, bijvoorbeeld, in lage resolutie.

In de middag zou Gaby Wijers (NIMk) er nog een dimensie aan toevoegen: je kunt alles helemaal authentiek bewaard hebben, maar als er dan geen originele afspeelapparatuur meer is, wat doe je dan?

Kara van Malssen, van het American Archive, voegde de dimensie ‘schaal’ toe aan het debat: volgens schattingen van het IDC wordt in 2010 1.2 zetabyte aan informatie geproduceerd, en verwachten we in 2020 35 ZETABYTE (1 ZB = 1024 exabyte = 1024 petabyte = 1024 terabyte … ) … volg je me nog …..?

Een mens kan er moedeloos van worden, maar de middag bracht gelukkig ook een belangrijke stap voorwaarts: de lancering van de AVA_net Kennisbank http://www.avarchivering.nl/, een prachtig instrument, ontwikkeld door AVA_net, waarin niet zomaar bronnen worden aangeboden over AV archivering, maar experts hun commentaar geven bij de bronnen. Komt dat zien!

vrijdag 27 november 2009

Trefwoord (audiovisuele) samenwerking

De Engelsen hebben er zo'n mooie term voor: outreach. Gisteren organiseerde het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid zo'n outreach evenement onder het motto: "Trefwoord samenwerking: duurzame modellen voor audiovisuele archivering". Doel van de bijeenkomst was om aan de achterban te laten zien dat NIBG zijn rol als landelijke voortrekker voor audiovisuele archivering serieus neemt en dat samenwerking met andere organisaties daarbij hoog in het vaandel staat. "We willen onze kennis en onze infrastructuur delen en beschikbaarstellen ... want je zou wel gek zijn als je die voor jezelf zou houden", zoals Eerde Hovinga van B&G het in zijn welkomstwoord formuleerde. Een aantal inspirerende initiatieven passeerde vervolgens de revue: het Amerikaanse Audiovisual Archive Network; de Nederlandse Taskforce AV-erfgoedontsluiting met "Verteld Verleden"; de onafhankelijke doorstart onder de naam AVA_Net van de sectie audiovisuele archieven van de KVAN; de Kennisbank die Beeld en Geluid gaat bouwen op basis van de expertise van AVA_Net; het prachtige ED*IT van Beeld en Geluid (waarmee docenten hun eigen lesmateriaal kunnen knippen en plakken uit B&G-archieven), en oude bekenden als ProArchive en PrestoPrime. De relativerende noot (over samenwerking) kwam van uw eigen blogger ...

Linda Tadic: Amerikaans ondernemerschap
Voor de keynote stond in de spotlight een wat frêle dame met een zachte stem (rechts op de foto met Annemieke de Jong van B&G), maar wel met een staat van dienst in het AV-domein waar je U tegen zegt. En met een missie en een vasthoudendheid waar je ook alleen maar respect voor kunt hebben. Waar een beetje bestuur doorgaans al gauw een jaar of twee nodig heeft, ontwikkelde Tadic bijna in haar eentje een plan om onder de naam Audiovisual Archive Network (AVAN) een onafhankelijke online bibliotheek voor audiovisueel materiaal op te richten in combinatie met een digital repository service. Beide zijn bedoeld om collecties te archiveren van kleine organisaties en/of kunstenaars. Ze schreef een indrukwekkend business plan (hoe vaak doen wij dat in Nederland?) voor AVAN, dat na een aantal jaren kostendekkend moet zijn. AVAN zal namelijk lage-resolutiebeelden gratis aanbieden, maar voor hoge-resolutiebeelden en bijvoorbeeld goede metadata zal men een vergoeding vragen. Ze had de financiering vrijwel rond toen de kredietcrisis uitbrak en haar belangrijkste sponsor zich terugtrok. Ze liet zich niet uit het veld slaan, en is sindsdien bijna continu bezig met het werven van fondsen. Dat lijkt nog te gaan lukken ook en ze verwacht in maart 2010 het prototype te kunnen gaan bouwen.
Nederland is natuurlijk Amerika niet, maar zouden we toch niet wat kunnen leren van dit Amerikaanse optimisme en ondernemerschap?

Multisectorale samenwerking: 'Verteld verleden'
De Universiteit van Twente werkte aan spraakherkenning om semantisch zoeken in geluidsmateriaal mogelijk te maken, Data Archiving and Networked Services (DANS) had expertise op het gebied van archiveren, Beeld en Geluid en andere partijen raakten geïnteresseerd in de mogelijkheden, en zo ontstond "Verteld verleden", een fraaie manier om geluidsmateriaal toegankelijk te maken. Zo kun je op de website 37 toespraken van Wilhelmina doorzoeken op trefwoorden. Oral history op zijn best.


Boomwacker-orkest
De spreekwoordelijke dip na de lunch werd opgevangen door het duo 'Art and rythm', dat het publiek verleidde tot een uniek optreden als ritmisch & gymnastisch 'boomwackerorkest' dat ook nog digitaal werd aangestuurd (de boomwackers zijn de plastic hulzen op de foto en ieder formaat/iedere kleur produceert een andere toon). Op de foto zullen tenminste het Stadsarchief Amsterdam, SURFfoundation, JustID, het Noord-Hollands archief, het Filmmuseum, de KB, de KNAW, UT Twente en de Groninger Archieven vrolijk boomwackende collega's herkennen - de onderlinge afstemming qua toon en ritme klonk Fan-Tas-Tisch.
Maar waar iedereen voor het optreden (onder dwang, uiteraard) zo lekker gezellig dicht bij elkaar was gaan zitten, verspreidde het gezelschap zich na de muziek weer razendsnel naar de achterste rijen en ontstonden weer flinke gaten tussen de delegaties. In dit geval dus niet echt een duurzame samenwerking ...

Kennis: AVA_Net en de B&G Kennisbank
Voortrekker Harry Romijn van de Groninger Archieven presenteerde met zijn onmiskenbare bas-stem AVA_Net, de doorstart van wat ooit de sectie audiovisuele archieven van de KVAN en DIVA was. AVA_Net wordt nu een autonoom netwerk voor alle organisaties die zich bezighouden met AV-collecties. En, ook interessant, "Een van de taken van het bestuur wordt het monitoren van de B&G activiteiten op het gebied van kennisdisseminatie en het kanaliseren van de behoeften uit het veld." Tweerichtingsverkeer, dus, en dat horen we graag.
Het AVA_Net netwerk gaat de voedingsbron vormen voor de online Kennisbank AV-archief die onder leiding van Annemieke de Jong bij Beeld en Geluid tot stand komt. Wat we van de structuur te zien kregen was indrukwekkend. Niet alleen links naar allerhande bronnen, maar vooral ook recensies over de aangetroffen informatie: deugt het, voor wie is het handig? Toch is het nog te vroeg om te juichen. We weten allemaal hoe "makkelijk" het is om een kennis-achtig iets te lanceren, en ook hoeveel energie het kost om het vol te houden, om zo'n kennisbank ook echt te laten groeien en bloeien. Ik hoop dat het ze lukt! De relatie die B&G heeft met het dit jaar gestarte Europese PrestoPRIME project, waar een Competence Centre wordt ontwikkeld, zal de kennisbank zeker niet schaden.

Dat competence centre kwam in een aparte workshop aan bod, net als de B&G-dienst ProArchive voor duurzame opslag van audiovisuele collecties van derden. En niet te vergeten de fraaie plak-en-knipservice voor het onderwijs ED*IT, waarmee docenten hun eigen lesmateriaal kunnen samenstellen, op de seconde nauwkeurig uit de archieven geknipt. De workshop Metadata voor audiovisuele archieven moest ik helaas laten lopen.

Samenwerken en de NCDD
Ikzelf mocht vertellen (tekst lezing) over het NCDD-onderzoek en de plannen die daar nu uit ontstaan om de bouw van een infrastructuur voor duurzame toegankelijkheid per sector aan te pakken, en dan ook per sector een echte "voortrekker" aan te wijzen die in overleg met alle betrokkenen het totale pakket aan opslagfaciliteiten, diensten, afspraken, kennis en financiering gaat ontwikkelen. Daarover binnenkort meer details als de conceptstukken daarover zijn goedgekeurd. Ik voegde er dit aan toe:


"Samenwerken is niet gemakkelijk, het is vaak heel erg moeilijk. Tijdens het NCDD-onderzoek hebben we heel wat verzuchtingen gehoord over samenwerken. Niet alleen tussen de sectoren, die immers allemaal hun eigen aanpak hebben, maar ook binnen sectoren, en ook over de diensten die de grote instellingen uitrollen voor de kleinere. ‘Ze spreken onze taal niet’, werd er gezegd, of: ‘ze komen met bedragen aan waar wij alleen maar van kunnen dromen’; of: ‘Ze hebben zo’n totaal andere workflow, daar kunnen wij niets mee.’ En ja, ook – niet alleen – maar ook de naam ProArchive is in dit verband gevallen.
"Daar wil ik twee dingen over zeggen: In de eerste plaats wil ik pleiten voor wat geduld. Het is allemaal nieuw wat we hier proberen, en het heeft tijd nodig om uit te kristalliseren. Ten tweede: de NCDD neemt natuurlijk uw eigen verantwoordelijkheid niet over. Sterker nog: we rekenen op de creativiteit van alle betrokken organisaties om met goede oplossingen te komen die wij nog niet eens hebben kunnen bedenken. Er zijn vele wegen die naar Rome leiden. De NCDD-voortrekkers willen alleen een coördinerende en aanvullende rol spelen, daar waar collectiebeherende organisaties het zelf niet af kunnen.

"Om goed te kunnen samenwerken heb je veel vertrouwen nodig. Walters en McDonald namen het onderwerp vertrouwen binnen gedistribueerde netwerken voor duurzame toegang onder de loep tijdens de iPRES-conferentie van 2008. Ik kan u de lezing zeer aanbevelen, want hij drukt ons met de neus op een feit dat vaak onderbelicht blijft: vertrouwen kun je voor een deel rationeel benaderen – ik zal bijvoorbeeld geneigd zijn te geloven wat iemand van Beeld en Geluid zegt over audiovisuele bestanden, louter omdat hij een medewerker is van Beeld en Geluid – maar voor een ander deel blijft vertrouwen een kwestie van subjectief mensenwerk. Onze oordelen worden bepaald door wie we zelf zijn, onze achtergrond, onze persoonlijke ervaringen. En naarmate we meer risico’s lopen – bijvoorbeeld als we onze kostbare collecties in bewaring geven – zal een gebrek aan vertrouwen een grotere ontregelende rol gaan spelen.

"Vertrouwen kun je niet zomaar kopen, dat moet je opbouwen, dat zijn processen die tijd vragen en steeds weer inspanningen van alle partijen. Het kan helpen als er certificaten komen voor betrouwbare archieven, maar toch gaat het er uiteindelijk om of ik jou vertrouw met mijn spullen.
"In het nuchtere Nederland praten we daar niet graag over, we hebben het liever over de inhoud dan over het proces waar we met elkaar in zitten en welke subjectieve factoren ons daarin parten spelen. Dat is jammer, want wat meer aandacht voor het proces kan ons helpen te verduidelijken waar het mis gaat. Partners in echte samenwerkingsverbanden, zo betogen Walters en McDonald, moeten elkaar opbouwend kritisch flink de waarheid kunnen zeggen: waarom werkt het niet? Waar gaat het precies mis? Wat kunnen we eraan doen? Hoe kunnen we elkaar tegemoet komen?

"Als het aan mij ligt zal de NCDD dat proces blijven ondersteunen, in elk geval met kennis en expertise waar we allemaal ons voordeel mee kunnen doen. En met een grote ronde tafel, waar alle organisaties welkom zijn om met elkaar te overleggen over de beste aanpak. Een tafel met koffie en broodjes. En soms, als dat nodig is, met een stevige borrel."

zaterdag 19 april 2008

Nieuwe allianties,
nieuwe businessmodellen


Op vrijdag 18 april presenteerde het Instituut voor Beeld en Geluid onder de merknaam Proarchive een fraai dienstenpakket voor encoding, duurzame digitale opslag en beschikbaarstelling van audiovisueel materiaal voor organisaties die zelf geen digitaal depot kunnen of willen bouwen. Uit de vele presentaties haal ik hier twee elementen die van belang zijn voor de toekomst van digitale duurzaamheid:

Nieuwe allianties en coalities
In zijn keynote toespraak onder de titel 'Verleden vandaag' benadrukte Paul Rutten (hoogleraar digitale mediastudies in Leiden) hoezeer de traditionele afbakening van taken tussen de diverse media-instellingen (en daarbij kun je ook denken aan uitgevers, bibliotheken, archieven, de wetenschap) door de digitalisering onder druk is komen te staan. Zo archiveert de Koninklijke Bibliotheek websites, maar die bevatten ook uitzendingen van publieke omroepen die Beeld en Geluid tot zijn taak rekent; een regionaal archief is verantwoordelijk voor de digitalisering van kranten die ook door de KB worden opgeslagen; een student zoekt naar informatie over een onderwerp, en verwacht dat internet hem daar toegang toe geeft, ongeacht de vorm waarin die informatie beschikbaar is en waar die zich bevindt (boek, archiefstuk, televisie-uitzending).
Soms leiden deze 'grensgeschillen' tot fricties tussen instellingen die aan de ene kant aanvullende diensten bieden en samen willen werken maar aan de andere kant concurrenten zijn in de strijd om de schaarse middelen. De noodzaak om zichzelf te profileren leidt dan soms tot keuzes die niet altijd in het belang van de belastingbetaler zijn. De NCDD wil met al deze partijen graag om de tafel gaan zitten om te komen tot goede afspraken over selectie en mandaten. (Foto rechts: DANS, DEN, Beeld en Geluid en ECPA in gesprek - nieuwe allianties in de maak?).

Digitale duurzaamheid kost geld, van wieg tot graf
Zoals ook de Raad voor Cultuur en de Raad voor het openbaar bestuur onlangs bevestigden, kost het 'hebben' van digitale data jaarlijks geld, zo lang de informatie wordt bewaard. Het beleid van 'benign negligence' (zoals Adrian Wilson dat zo fraai formuleerde) werkte vaak nog wonderbaarlijk goed ten aanzien van informatie op papier, maar voor digitale informatie is het echt onbruikbaar geworden.


Heel langzaamaan krijgen we meer inzicht in wat digitale opslag kost - en dat valt niet mee. Beeld en Geluid is met Proarchive de eerste Nederlandse instelling die een prijskaartje aan digitale opslag hangt - voor het abonnement wordt in eerste instantie €1.000 per terabyte per jaar gevraagd (exclusief aanvullende diensten als metadatering, encoding en beschikbaarstelling). 'Wijzigingen voorbehouden' wordt er nadrukkelijk bij gezet, want abonnementen op digitale opslag zijn een nieuw product en men moet er nog ervaring mee opdoen. Van belang is ook om aan te tekenen dat Beeld en Geluid er bij deze prijsstelling van uit gaat dat de grote investeringen in de infrastructuur door het instituut al zijn gedaan en dat alleen het extra gebruik hoeft te worden vergoed, als dienst aan de samenleving. Voor profit-klanten zal men waarschijnlijk ook een ander businessmodel gaan hanteren.

Om een idee te geven: Beeld en Geluid zelf heeft op dit moment 1,3 petabyte aan digitale data en schat dat er bij andere Nederlandse instellingen nog zo'n 4,5 petabyte aan audiovisueel materiaal staat (exclusief audio, foto's en films). (1 petabyte = 1024 terabyte). Een hoeveelheid die dagelijks explosief toeneemt.

Zowel tijdens Economies of the Commons' als tijdens deze presentatie werd de vraag gesteld hoe we die duurzame financiering moeten vinden. Want vooralsnog is er vooral veel projectgeld om de digitalisering zelf te doen, maar weinig structureel geld om wat er gedigitaliseerd is ook goed te bewaren. Dat is een taai probleem - dat dringend om aandacht vraagt.