maandag 8 september 2008

Wat is een "nationale infrastructuur"?



De term "nationale infrastructuur" die de NCDD in haar missie heeft staan, zorgt nog wel eens voor misverstanden. Want wat stellen we ons daarbij voor? Een nationaal digitaal depot? Een landelijke overkoepelende digitale duurzaamheids politie? Een instituut dat landelijke normen dicteert? En wat betekent "nationaal" in dit verband? Dat de faciliteiten stoppen bij onze landsgrenzen? Dat er voor regionale organisaties geen plaats is?

Laat ik voorop stellen dat het laatste woord over hoe die infrastructuur eruit moet zien nog lang niet is gesproken. De Nationale Verkenning Digitale Duurzaamheid zal veel betrokkenen in het land nog vragen wat hun wensen zijn. Maar een aantal contouren worden nu al zichtbaar:

  1. Een nationale infrastructuur zal hoogstwaarschijnlijk niet de vorm krijgen van één landelijke organisatie. We denken eerder in termen van netwerken van bestaande organisaties die onderling afspraken maken over wie wat bewaart en hoe, en die waar mogelijk kennis en faciliteiten delen.


  2. Een nationale infrastructuur, zeker op het gebied van digitale data, heeft anno 2008 altijd internationale uitlopers. Vooral in de beta-wetenschappen wordt op grote schaal internationaal data opgeslagen en gedeeld. Toch blijkt structurele financiering vaak nog een kwestie van nationale overheden. Iedere netwerk-infrastructuur zal daarom zowel nationale als internationale elementen bevatten.


  3. De NCDD kijkt naar de hele publieke sector, niet alleen naar nationale instellingen. De NCDD streeft naar een digitaal duurzaam vangnet voor alle informatie uit de publieke sector die bewaard moet worden: lokaal, regionaal, nationaal. Grote instellingen zullen vaak hun eigen digitale data beheren; kleinere instellingen zullen gaan samenwerken of hun data onderbrengen bij grotere datacentra. Dat moet allemaal nog goed georganiseerd worden.

Al met al denken we voorlopig aan een samenhangend stelsel van opslagplaatsen en samenwerkingsafspraken die - en dat is vaak nog het moeilijkst - voor de langetermijnopslag van data structureel, duurzaam worden gefinancierd. Dus geen houtje-touwtje-werk zoals ik onlangs in Engeland fotografeerde (foto boven).

maandag 14 juli 2008

Wetenschappelijke bibliotheken en digitale data



Op de rand van het vakantieseizoen vond van 1-5 juli in op de campus van Koç University in Istanbul de LIBER-conferentie van Europese wetenschappelijke en nationale bibliotheken plaats. Digitale data speelden een hoofdrol in het programma en op de NCDD-website heb ik geschreven over de rol die de Leeuwarder Courant en het KB e-Depot speelden op de conferentie. Hier een aantal zaken die me in hun algemeenheid opvielen:


Digitalisering als 'eind' van het duurzaamheidstraject
Het valt me op dat wanneer bibliotheken hun conserveringsprojecten bespreken, zij vaak 'digitalisering' nog zien als het einde van het traject. Die kwetsbare oude kranten zijn nu gelukkig gescand en daarmee voor de toekomst bewaard. Soms hoor je een voetnoot over het feit dat duurzame opslag van die scans nog geregeld moet worden, maar meestal ligt die actie voorbij de horizon van het project – en, niet te vergeten, de verkregen financiering.

Kwantiteit versus kwaliteit
Ricky Erway van OCLC provoceerde haar toehoorders met een citaat van Lorcan Dempsey: 'Quantity has a quality all of its own'. Zet zoveel mogelijk materiaal met beperkte Dublin Core metadata op internet, dat is veel beter dan losse objecten volmaakt ontsloten op het web te zetten. Erway verwees o.a. naar de keuze die het KB e-Depot recentelijk maakte voor JPEG2000 in plaats van het veel omvangrijker TIFF-formaat (rapport). Diverse sprekers noemden ook het belang van context voor de wetenschap: het digitaliseren van individuele objecten heeft nauwelijks zin als de context er niet bij geleverd kan worden. Sijbolt Noorda, voorzitter van de Nederlandse VSNU, refereerde aan de belangrijke ‘art of throwing away’ – want de kosten van duurzame opslag zullen enorm zijn.

Digitale data en de rol van wetenschappelijke bibliotheken


Waar de universiteitsbibliotheken zelf graag een rol voor zichzelf zien in de digitale informatiehuishouding van universiteiten (zie bijvoorbeeld het UKB-beleidsplan 2007-2010), oordeelde VSNU-voorzitter Sijbolt Noorda dat 'very few [universiteitsbibliotheken] developed into sustainable integrated e-support services for research and teaching & learning'. Mogelijk hebben de bibliotheken hier een belangrijke boot gemist: de diensten die onderzoekers nodig hebben voor opslag en uitwisseling van digitale data zijn per wetenschapsdiscipline heel verschillend. De onderzoekers hebben die diensten vaak zelf ontwikkeld, op internationale schaal en buiten het UB-netwerk om. Bibliotheken zouden 'digital assistants' aan moeten bieden, zo suggereerde Noorda, die onderzoekers helpen bij het ordenen van hun informatie. Daarbij mag de digitale dienstverlening geen eenheidsworst worden: diversificatie per wetenschapsdiscipline is essentieel. Het recente rapport 'To share or not to share' van het Engelse Research Information Network (RIN) wijst in dezelfde richting.



Vertrouwen en digitale duurzaamheid
Iedereen is het er nu wel over eens dat digitale data allerhande traditionele grenzen oversteken, en dat het duurzame beheer ervan samenwerking en coördinatie vereist, maar hoe die samenwerking concreet gestalte moet krijgen, is voorlopig nog een lastig te beantwoorden vraag. Noorda gaf toe dat er de nodige vooruitgang is geboekt: zo worden in DARE en DRIVER de institutional repositories gelinkt. Maar hoe tillen we dit soort initiatieven naar een nationaal, Europees of wereldwijd niveau?

In de bus op weg naar het congresdiner sprak ik Michael Jubb, directeur van het Engelse Research Information Network. Hij vertelde me hoe Engelse instellingen worstelen met de vraag hoe ze hun elektronische journals het beste duurzaam kunnen opslaan. Bij de KB? Bij Portico? Bij de British Library? Hoe weet je dat je data daar veilig staat?

Bij het Gemeentearchief in Rotterdam hoorde ik in juni archivarissen dezelfde zorg uitspreken: hoe kan een ander dan een beëdigd archivaris ooit de juridische verantwoordelijkheid nemen voor de authenticiteit van digitale objecten - in juridische termen de garantie dat het digitale object exact dezelfde inhoud bevat als het analoge? Wie kun je vertrouwen?

Die laatste vraag kun je deels beantwoorden door te werken aan certificering van digitale depots, initiatieven als het Safe Places Network zoals door de KB ontwikkeld. Maar er is meer voor nodig. Iedere sector heeft zijn eigen beroepseer, zijn eigen normenkader, zijn eigen cultuur. En die is niet altijd gemakkelijk te koppelen aan de cultuur van andere sectoren. Maar de informatie die we bewaren krijgt voor de gebruiker juist enorme meerwaarde als de technische én inhoudelijke context de eigen sector overschrijdt. Om over efficiency van opslag nog maar te zwijgen.

(Foto's van boven naar beneden: campus Koç University; Sijbolt Noorda; conferentiezaal met het preservation panel: Helen Shenton (British Library), Eddy van der Noord (Leeuwarder Courant) en op het spreekgestoelte Marcel Ras (KB e-Depot); Michael Jubb.

dinsdag 24 juni 2008

Gemeentarchief Rotterdam klaar
voor digitaal depot


Eind dit jaar moet het eindelijk zo ver zijn: na vier jaar van voorbereiding hoopt het Gemeentearchief Rotterdam (GAR) een werkend en gevuld E-depot te hebben. Nog zonder digitale balie, maar wel met een organisatie die is aangepast aan het verwerken van digitale informatie en met een metadatamodel dat alle verschillende collecties van het GAR aan elkaar weet te verbinden. Het E-depot wordt ontwikkeld in nauwe samenwerking met het Nationaal Archief.

Hoe hard er in Rotterdam gewerkt is om het E-depot te realiseren, bleek wel uit de Informatiedag die het GAR op donderdag 19 juni had georganiseerd om zijn kennis te delen met collega-archieven en andere instellingen betrokken bij duurzame digitale opslag. GAR-directeur Jantje Steenhuis (foto rechtsboven) zette direct de toon voor de dag door te benadrukken hoe belangrijk samenwerken is. Digitale duurzaamheid is complexe materie. Een Gemeente als Rotterdam kan dat misschien nog zelf financieren, maar voor kleinere archieven is duurzame digitale opslag alleen in samenwerking te realiseren.

Vervolgens liet een aantal GAR-medewerkers zien hoe zij ieder vanuit een eigen invalshoek bijdragen aan het E-depot. Martin de Bruijn presenteerde de digitale balie zoals Rotterdam die straks moet hebben: met integrale toegang tot alle digitale én analoge collecties, 100% vindbaarheid en faciliteiten om zoekresultaten te clusteren. Ronald Grootveld belichtte een stuk van de achterkant die daarvoor nodig is: de metadatabase die export uit vier heel verschillende collecties moet kunnen verwerken (Atlantis Atlas, Atlantis Bibliotheek, Mais Flexis en ABS-Archeion), en die naast actoren en objecten ook ruimte biedt aan 'authority files' van trefwoorden.

Het preserveringsteam van het GAR trad voltallig aan: v.l.n.r. Jacqueline Schuurman Hess (deelprojectleider), Jacob Takema (e-conservator) en Mette van Essen. Het team presenteerde het beleid dat erop is gericht om een hoogwaardig product te leveren: digitale bronnen moeten even betrouwbaar zijn als analoge bronnen, het onderhoud moet wel in verhouding blijven staan tot de gemaakte kosten, en de toegankelijkheid moet begrijpelijk zijn. Daarbij wordt ook nadrukkelijk gekeken naar in het buitenland ontwikkelde kennis, zoals het OAIS model en het Planets project. Speciale aandacht was er voor de technology watch. Het GAR suggereerde dat die misschien het beste in samenwerking gerealiseerd kon worden, en die uitnodiging werd opgepakt door Henk Koning van DANS en Inge Angevaare van de Nationale Coalitie Digitale Duurzaamheid. Direct werden plannen gesmeed om in september een nationale workshop technology watch te organiseren (nadere informatie via de NCDD-website).

Mette van Essen liet daarna een fraai staaltje digitale archeologie zien: een aantal videobanden uit 1998 met een 3D-weergave van het beeld van Erasmus leken op het eerste gezicht onleesbaar geworden, maar met het nodige kunst- en vliegwerk wist het team van het GAR de beelden weer tevoorschijn te toveren - hoewel de bronzen jas van Erasmus voorlopig nog een aantal flinke motten-gaten blijft vertonen. Dit ontlokte aan Jacqueline Schuurman Hess de opmerking dat preventie toch altijd de beste weg is.

Josje Everse, tenslotte (foto rechts), die de overall leiding heeft over het project E-depot, gaf een indruk van de consequenties die het invoeren van digitale archivering heeft voor de organisatie. Een E-depot is niet zomaar een zwarte kast die ergens in een computerkamer wordt gezet, en ook mag het volgens Josje geen aparte afdeling worden. Digitale archivering moet een werkproces worden dat net zo is ingeburgerd bij alle afdelingen als het analoge werkproces. Josje legt daarbij de nadruk op kennis verwerven in de praktijk en problemen oplossen met consensus. Want veranderen doe je volgens haar het beste in het reguliere werk.


De dag werd besloten met een zeer geanimeerde discussie over het onderwerp: zelf doen of uitbesteden? Jantje Steenhuis' mening was duidelijk: het bewaren van digitale documenten is een kerntaak van het archief en kerntaken besteed je niet uit. Een flink aantal aanwezige archivarissen was het met haar eens dat de wettelijke verantwoordelijkheid voor de authenticiteit van documenten alleen door een archivaris zelf kan worden gewaarborgd. Maar Filip Boudrez van het Antwerpse archief suggereerde dat het opslaan van de bits en de bytes misschien beter door data-experts gedaan zou kunnen worden. Ook lagere kosten en gedeelde expertise werden genoemd als voordelen van uitbesteden. Maar misschien zijn die voordelen ook te bereiken door intensieve samenwerking tussen diverse archieven. Om die te realiseren moet nog het nodige werk verzet worden, want momenteel hanteren diverse provinciale archiefinspecties nog niet eens dezelfde regels [zie nuancering van Ingmar Koch in reactie op deze laatste wat boude uitspraak].

SIPS, ADA's en andere Afko's
In de marge van de GAR-bijeenkomst bleek dat er onder archivarissen weinig animo bestaat om de door het LOPAI in ED3 voorgestelde Nederlandse vertalingen van de termen uit het OAIS-model te gaan hanteren. Jacqueline Schuurman Hess: 'De Engelse termen zijn zo ingeburgerd, die laten we zo.' Daarmee is ook het bezwaar ondervangen dat de term 'aangeboden digitaal archiefstuk (ADA)' wel heel specifiek is voor één sector en daarom de communicatie met andere instellingen zoals bibliotheken en de wetenschap kan bemoeilijken. Bovendien bevat een 'information package' meer dan alleen het object, namelijk ook de metadata. Voorlopig houden we het onder vakgenoten dus op de OAIS 'information packages'. (Zie voor reactie vanuit LOPAI, http://eisenduurzaamdigitaaldepot.blogspot.com/2008/06/terminologie-ed3.html en voor commentaar door Peter Horsman en Hans Waalwijk de Informatieprofessional van september 08).

maandag 16 juni 2008

Bewaren of gebruiken? (II)

Mijn vorige blog behoeft enige aanvulling. Natuurlijk is er in het digitale tijdperk materieel gezien geen sprake meer van bewaren of gebruiken. Het is nu een kwestie van financiering geworden. Geld dat je in duurzame conservering hebt gestoken kun je niet nog eens uitgeven aan mooie toegangssystemen. Metamorfoze kiest principieel voor de conserveringskant, zodat de deelnemende instelling opnieuw fondsen moet werven om de toegang te realiseren. Er zijn ook projecten die wel de toegang mogelijk maken, maar weer niet de duurzaamheid van de opslag. Vanwege het directe resultaat zijn die laatste over het algemeen zelfs gemakkelijker te financieren. Maar waar blijven ze zonder duurzame opslag . . . ?

vrijdag 13 juni 2008

Bewaren of gebruiken?



De discussie is zo oud als bibliotheken en archieven zelf: (in de zwart-wit-versie) laten we onze collecties gebruiken met het risico dat boeken of archiefstukken kapotgaan, of zorgen we ervoor dat ze perfect worden bewaard met als nadeel dat niemand er dan bij kan?

Ik hoopte dat we die discussie in het digitale tijdperk hadden opgelost omdat van digitale objecten altijd kopieën gemaakt kunnen worden, maar gisteren bleek mij tijdens een symposium van het nationale conserveringsprogramma Metamorfoze dat de kwestie nog steeds leeft. Marianne Peereboom van het Van Gogh-museum beschreef hoe de collectie brieven van Van Gogh in het kader van Metamorfoze momenteel wordt gedigitaliseerd. Het programma Metamorfoze heeft tot doel om ons papieren erfgoed 'voor de eeuwigheid' te bewaren, en daarom stelt het project hoge eisen aan de kwaliteit van de scans (zie de Richtlijnen). Die eisen, zo vertelde Marianne, zijn soms lastig te combineren met frequent gebruik. Toen Metamorfozes kwaliteitsmanager Hans van Dormolen gisteren iets vertelde over de nieuwe richtlijnen voor preservation imaging, kreeg ik een voorzichtige indruk van de verschillen. Blijkbaar is de controverse tussen bewaren en gebruiken dus ook in het digitale tijdperk nog niet zomaar van de baan.

Toch weten we allemaal dat bewaren geen nut heeft als we de informatie niet ook kunnen gebruiken. Ergens moet een compromis te vinden zijn. Zeker nu ook een belangrijk programma als Metamorfoze eind vorig jaar gekozen heeft voor digitalisering in plaats van microverfilming.

(foto: brief van Van Gogh, bron Van Gogh Museum).

vrijdag 6 juni 2008

Archivarissen starten ED3 blog


Enkele archivarissen van het Landelijk Overleg Provinciale Archiefinspecteurs (LOPAI) zijn een blog gestart rond het eergisteren verschenen toetsingskader 'Eisen duurzaam digitaal depot', kortweg ED3. Het adres: http://eisenduurzaamdigitaaldepot.blogspot.com.
Bij mijn weten is dit de tweede Nederlandse blog over digitale duurzaamheid. Bij voorbaat lezenswaard, dus.

donderdag 5 juni 2008

Onderzoeker verliest 1,5 jaar werk in TU-brand


Dr. Ozer Ciftioglu: 'Ik ben twee belangrijke manuscripten voor boeken kwijtgeraakt in de brand. In het ene zat een jaar werk, in het andere een half jaar. Het is allemaal weg, back-ups van computerbestanden bewaarde ik ook op mijn kamer. Ik weet niet wat ik nu moet doen. Ik kan niet meer terug of alles zomaar uit mijn hoofd opnieuw opschrijven. Wat moet ik tegen de redacteuren bij de uitgeverij zeggen? Ze hebben mij de opdracht gegeven voor deze boeken. Geven ze mij tijd om opnieuw te beginnen? Ik weet het niet.'
(overgenomen uit TUDelta).

Aan de positieve kant valt te melden dat een groot deel van de bibliotheek inmiddels in redelijk tot goede staat uit het pand is gehaald. Inclusief de kluis met bijzondere oude boeken.